Boeren in de prehistorie
Raatakkers
Raatakkers, ook wel Celtic fields genoemd, zijn prehistorische akkercomplexen die bestaan uit tientallen tot honderden kleine akkers. De akkers werden van elkaar gescheiden door lage aarden wallen, waardoor een patroon ontstond dat doet denken aan een honingraat. Zo’n akkercomplex kon een oppervlakte van wel 70 tot 150 hectare beslaan.
Raatakkers werden waarschijnlijk aangelegd in de Late Bronstijd en bleven in gebruik tot in de Romeinse tijd. Archeologen doen nog altijd onderzoek naar deze bijzondere akkercomplexen, omdat nog niet alles bekend is over hun ontstaan en gebruik.
De lage wallen zijn vermoedelijk geleidelijk ontstaan tijdens eeuwenlang gebruik van de akkers. Bij het bewerken van het land werden plaggen, stenen, plantenresten en ander materiaal langs de randen opgeworpen. Door dit steeds te herhalen groeiden de wallen langzaam uit tot de perceelsgrenzen die op sommige plaatsen nog altijd zichtbaar zijn.
Wonen en werken op de raatakkers
Tussen de akkers lagen kleine nederzettingen met woonstalboerderijen. Zo’n boerderij bleef meestal maar één of twee generaties op dezelfde plek staan. Daarna werd iets verderop een nieuwe boerderij gebouwd, waardoor de bewoning langzaam door het landschap verschoof.
In de loop van de IJzertijd werd de landbouw intensiever. Akkers werden vaker gebruikt, beter bemest en waarschijnlijk ook dieper geploegd. Rond het begin van de jaartelling werd rogge een belangrijk gewas. Daarnaast verbouwden de boeren onder andere emmertarwe, gerst, gierst, duivenbonen en huttentut.
Raatakkers in het Drentse landschap
Op verschillende terreinen van Het Drentse Landschap zijn nog resten van raatakkers te vinden, onder andere op het Hijkerveld en op Kampsheide. Hoewel de wallen door de eeuwen heen lager zijn geworden, zijn ze op verschillende plekken nog herkenbaar. Ze geven een bijzonder inkijkje in de manier waarop mensen duizenden jaren geleden leefden, woonden en hun akkers gebruikten.