één met een boom
Hunebed D21 bij Bronneger
Het gebied rond Borger was waarschijnlijk een ideale woonplaats voor het Trechterbekervolk. Binnen een straal van vijf kilometer liggen maar liefst elf hunebedden. Vijf daarvan bevinden zich bij Bronneger, ten noorden van Borger: D21 tot en met D25.
Van deze groep is D21 het meest opvallende hunebed. Het heeft slechts drie dekstenen, maar die zijn wel erg groot. De blikvanger is echter de indrukwekkende beuk naast het monument. De boom heeft in de loop van de tijd de plaats ingenomen van een verdwenen draagsteen en is inmiddels onlosmakelijk met het hunebed verbonden. Tijdens een grote zomerstorm in juni 2026 is een deel van de beuk beschadigd geraakt.
Onderzoek door Van Giffen
Archeoloog Van Giffen onderzocht D21 in 1918. De opgraving leverde enkele complete potten en scherven van ongeveer zeshonderd aardewerken voorwerpen op. Ook ontdekte hij dat de grafkamer uit meerdere vloerlagen bestond. Wanneer de grafkamer vol raakte, werd een nieuwe vloer aangebracht, waarna het hunebed opnieuw als graf kon worden gebruikt.
Tijdens de opgraving vond Van Giffen een omgevallen zijsteen, ongeveer een meter onder het maaiveld op de bodem van de grafkamer. Deze werd weer op zijn oorspronkelijke plaats gezet. De leeggehaalde grafkamer bleek ongeveer 6,5 meter lang, 2,2 meter breed en tussen de 1,50 en 1,70 meter hoog. Mensen uit die tijd konden er dus in staan.
Van Giffen beschreef bovendien twee opvallende bomen naast D21: een beuk en een eik. De eik is later verdwenen, maar de beuk staat er nog altijd. Het hunebed werd in 1870 eigendom van de Nederlandse Staat en werd in 1960 en 1961 samen met het naastgelegen D22 gerestaureerd. Dit kleinere ‘tweelinghunebed’ bestaat uit twee dekstenen, drie zijstenen en twee sluitstenen.
Prehistorie tussen de moderne tijd
Hunebedden D3 en D4 bij Midlaren
Aan de Schutsweg in Midlaren liggen D3 en D4 op een opvallende plek: tussen twee oude boerderijen, bereikbaar via een smal paadje tussen de gebouwen. De hunebedden liggen zo dicht bij elkaar en in elkaars verlengde dat ze lange tijd als één groot grafmonument werden gezien. Archeoloog Van Giffen stelde tijdens zijn onderzoek in 1918 vast dat het toch echt om twee afzonderlijke hunebedden gaat.
Grote restauraties hebben bij D3 en D4 nooit plaatsgevonden. Alleen bij D4 werden rond 1965 enkele herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In 1983 werden bij beide hunebedden gasbetontegels geplaatst om schatgravers tegen te houden. Hierdoor zijn de monumenten nog grotendeels te zien zoals ze er ruim honderd jaar geleden ook al bij lagen.
Bijzondere ontdekkingen
In 2003 kwamen de hunebedden opnieuw in de belangstelling tijdens werkzaamheden aan de naastgelegen boerderij. Tijdens werkzaamheden kwamen in 2003 onder de vloer van een schuur resten uit de tijd van de Trechterbekercultuur tevoorschijn. Archeologen vonden onder meer een bijna complete, ondersteboven geplaatste aardewerken kom en een kuil met vuursteen en scherven. Mogelijk gaat het om een offerkuil en resten die afkomstig zijn uit een van de hunebedden.
Een bijzondere ontdekking volgde in 2018. Archeologe Mette van de Merwe ontdekte op een deksteen van D3 twee zogenoemde cup marks: kleine, door mensen gemaakte uithollingen in steen. Zulke sporen zijn op meerdere hunebedden in Drenthe aangetroffen. Hun precieze betekenis kennen we niet, maar waarschijnlijk hadden ze een rituele of symbolische functie.
Een bijzonder trapgraf
Hunebed D13 bij Eext
Hunebed D13 bij Eext is klein – ongeveer 4,25 bij 3,25 meter – maar wijkt duidelijk af van de meeste andere hunebedden in Drenthe. Het ligt nog grotendeels verscholen onder een grafheuvel die er in latere tijden overheen is opgeworpen. Doordat het omliggende terrein in de loop der tijd is afgegraven, lijkt de grafheuvel tegenwoordig hoger dan hij oorspronkelijk is geweest. Bovendien is D13 een zogenoemd trapgraf: de grafkamer was bereikbaar via een stenen trap met vier treden die vanaf de top van de heuvel naar beneden leidde.
Tegenwoordig zijn zes zijstenen, twee sluitstenen en één deksteen zichtbaar. Die deksteen heeft een opmerkelijke geschiedenis. Hij werd teruggevonden in het dorp Eext, waar hij jarenlang als bruggetje dienst had gedaan, en in 1976 teruggeplaatst op het hunebed. Volgens geruchten zou een tweede deksteen nog altijd in de bodem bij de kerk van Eext liggen.
'De Klankenberg'
Rond 1735 zou een boer uit Eext tijdens werkzaamheden een hol geluid uit de heuvel hebben gehoord. Volgens de overlevering kreeg de plek daardoor de namen Klankenberg of Stemberg. Vóór 1756 werd het graf grotendeels leeggeroofd en raakte het beschadigd doordat stenen werden verwijderd voor hergebruik. In 1756 onderzocht Johannes van Lier het hunebed. Hij vond onder meer aardewerken urnen en stenen bijlen en beschreef de bijzondere stenen trap. Zijn onderzoek liet hem concluderen dat het monument niet door reuzen kon zijn gebouwd, zoals destijds vaak werd gedacht.
Archeoloog Van Giffen onderzocht D13 opnieuw in 1927. Hoewel veel vondsten toen al waren verdwenen, beschreef hij de grafkamer als uitzonderlijk goed bewaard. Later onderzoek wees uit dat de grafheuvel en de trap niet tot de oorspronkelijke aanleg van het hunebed behoren. De heuvel is in meerdere fasen opgehoogd, waarbij de laatste ophoging plaatsvond nadat de hunebedbouwers het monument hadden aangelegd. Ook na de tijd van de hunebedbouwers bleef deze plek belangrijk: archeologen vonden er graven uit de Late Bronstijd en Vroege IJzertijd.
Het grootste hunebed van Nederland
Hunebed D27 bij Borger
Naast het Hunebedcentrum in Borger ligt D27. Met een lengte van 22,6 meter is dit het grootste hunebed van Nederland. Het werd rond 3400 v.Chr. gebouwd en is daarmee ongeveer 5.400 jaar oud. D27 bestaat uit 28 draagstenen, 9 dekstenen, 5 poortstenen en 2 kransstenen. Hier ligt ook de grootste steen die ooit in een Nederlands hunebed is verwerkt: een deksteen van naar schatting 20.000 kilogram.
Oorspronkelijk ging een groot deel van al die stenen schuil onder een laag zand, die werd vastgehouden door een krans van stenen. De kleinere stopstenen vulden de openingen tussen de grote keien. In de loop van de eeuwen zijn de dekheuvel en deze stopstenen grotendeels verdwenen.
Het eerste archeologisch onderzochte hunebed
D27 is het eerste hunebed in Nederland waarvan bekend is dat er archeologisch onderzoek plaatsvond. In 1685 liet de Fries-Groningse dichteres en amateuronderzoeker Titia Brongersma een klein deel van de grafkamer onderzoeken. Daarbij werden aardewerken potten met gecremeerde menselijke resten gevonden. Omdat het onderzoek zich beperkte tot één hoek van de grafkamer, bleef het grootste deel onaangetast.
Archeoloog Van Giffen onderzocht D27 in 1927 uitgebreider en noemde het het ‘grootste en meest trotse steengraf’ van Nederland. Alle negen dekstenen waren nog aanwezig, al lagen er slechts twee op hun oorspronkelijke plaats. Van Giffen ontdekte bovendien dat twee dekstenen ooit één grote zwerfkei vormden, die vóór de bouw van het hunebed in tweeën was gespleten.
Het hunebed bleef ook na de prehistorie een bijzondere plek. In de Bronstijd werden er opnieuw gecremeerde menselijke resten bijgezet. In 1869 kwam het monument in bezit van de Nederlandse Staat, waardoor het beter beschermd kon worden. Later vonden restauraties plaats in 1937 en 1992. In 2010 werd met behulp van grondradar geprobeerd meer te weten te komen over de ondergrond en de inhoud van het graf, maar dit onderzoek leverde geen bruikbare resultaten op.
Ontdek meer in het Hunebedcentrum
Wil je na je bezoek aan D27 meer weten over de hunebedbouwers? Loop dan binnen bij het naastgelegen Hunebedcentrum. Hier ontdek je meer over de bouw en het gebruik van hunebedden én over het dagelijks leven van de mensen die deze monumenten duizenden jaren geleden maakten.
Wil je na het lezen zelf ervaren hoe verschillend hunebedden in het landschap liggen? Stap dan op de fiets met onze Hunebeddentocht van 39 kilometer.
De fietsroute voert je door de bossen en over de velden van het noordelijke deel van de Hondsrug en langs het beekdal van de Drentsche Aa. Onderweg kom je langs maar liefst twaalf hunebedden. Sommige liggen breeduit op de es, andere meer verscholen tussen de bomen. Een mooie route voor wie fietsen door het Drentse landschap wil combineren met de geschiedenis van de hunebedden.
Vier hunebedden vertellen al vier heel verschillende verhalen. In Drenthe en Groningen zijn echter nog veel meer hunebedden te ontdekken. Wil je tijdens een bezoek weten waar je precies naar kijkt? Neem dan de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen mee.
De gids geeft in beknopte vorm een compleet overzicht van alle 54 nog bestaande hunebedden in Drenthe en Groningen. Je vindt er informatie over waar ze liggen, hoe oud ze zijn en welke vondsten er zijn gedaan. Ook hun landschappelijke ligging, grootte, oriëntatie, restauraties en andere bijzonderheden komen aan bod.