Neanderthalers in het Drentse landschap
Dertig jaar geleden kenden we uit Drenthe slechts een viertal werktuigen die hier door de Neanderthalers waren achtergelaten: twee vuistbijlen, een spits en een schaaf. Dankzij de inspanningen van vele amateur-archeologen beschikken we uit Drenthe momenteel al over minstens 70 door Neanderthalers bewerkte stukken vuursteen en naar verwachting zal dit aantal alleen maar toenemen.
Door: J.R. Beuker is conservator archeologie en hoofd faciliaire zaken bij het Drents Museum. Drs. M. Niekus is toegevoegd onderzoeker en Dr. D. Stapert is docent Oude Steentijd. Beiden zijn verbonden aan het Groninger Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit te Groningen.
Hunebed Westervelde
Over het Hunebed in Westerveld is niet heel erg veel te vertellen. Eigenlijk betekent dit goed nieuws want er zijn geen berichten van ongewenste graverijen, en dus is de wetenschappelijke waarde nog groot. Alleen de bronzen plaat met het D-nummer ontbreekt. Gelukkig valt het ook niet meer zo op omdat de steen waarop de 'kentekenplaat' ooit bevestigd was geheel overwoekerd is.
Door Wijnand van der Sanden, provinciaal archeoloog bij het Drents Plateau.
De geologie van Johannes van Lier
Johannes van Lier (1726-1799) was een man van de wereld. Hij was zoon van een wijnhandelaar en kwam na zijn studie rechten in Leiden als particulier secretaris van drost Alexander Carel van Heiden naar Drenthe. Als topambtenaar diende hij hier decennialang het gewestelijk bestuur, als ontvanger-generaal en als jurist. Daarnaast had hij een bijbaan als compagnon in de Annerveense verveningscompagnie van Lambertus Grevylink. Maar Van Lier was bovenal een onderzoeker; zijn veldstudies leverden een schat van informatie op over de geschiedenis van het Drentse landschap.
Door Egbert Brink is historicus-archivaris bij het Drents Archief.
Mammoet
De bekende Coevorder predikant Johan Picardt vermeldt in 1660 een wel heel bijzondere vondst. Hij schrijft: "Anno 1650 in Julio is mij binnen Covorden vertoont eenen Olifants-Tandt zijnde van twaalf spannen langh ghevonden in de aerde en sandt tusschen Covorden en den Hardenbergh".
Picardt komt tot de conclusie dat vóór de zondvloed olifanten en eenhoorns in 'oneyndelicke dicke en duystere Wouden' in onze streken moeten hebben rondgezworven.
Door Jaap Beuker is conservator archeologie en hoofd facilitaire zaken bij het Drents Museum.
Paardenstaarten
Uit het Devoon, 350 miljoen jaar geleden, kennen we fossielen die er op duiden dat er goed ontwikkelde hogere planten voorkwamen: paardenstaarten, wolfsklauwen en varens. Niet zoals we ze tegenwoordig kennen als betrekkelijk kleine planten, maar als bomen tot wel 30 meter hoog! Zo'n hoge ontwikkelingsgraad betekent dat ze daarvoor al een lange geschiedenis moeten hebben doorgemaakt. Daarvan zijn tot nu toe echter maar weinig sporen gevonden.
Door Joan Hofman is redacteur en bestuurslid van Het Drentse Landschap.
Paddenstoelen op brandplekken
Branden van vegetaties was vroeger een wijd verbreide beheersmaatregel. Bovendien gingen bossen en heidevelden soms ongepland in vlammen op. In het algemeen hebben branden in de natuur negatieve effecten op plantengroei en dierenleven, maar er is één belangrijke uitzondering. Sommige paddenstoelen zijn afhankelijk van verbrand hout. Deze brandplekpaddenstoelen zijn sterk achteruit gegaan en staan nu vrijwel allemaal op de Rode lijst.
Door Eef Arnolds, voorzitter van de Stichting Paddestoelenwerkgroep Drenthe en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Stichting Het Drentse Landschap.
Verder:
De Jacobuskerk van Rolde Zie www.drentsekerken.nl
