Het Drentse landschap in de Steentijd
In geen enkele periode van de geschiedenis heeft het Drentse landschap grotere veranderingen ondergaan dan in de steentijd. Van een ijskoude poolwoestijn in de laatste ijstijd veranderde het landschap geleidelijk aan in een weelderig Drents oerwoud dat aan het einde van de steentijd weer plaatsmaakte voor een halfopen parklandschap. Een reis door de tijd maakt duidelijk hoe deze reeds lang vergane landschappen een bron van inspiratie kunnen zijn voor de toekomst.
Door dr. Theo Spek, landschapsonderzoeker bij de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort en publiceerde in 2005 met steun van de Stichting Het Drentse Landschap een tweedelig proefschrift over het ontstaan van het Drentse esdorpenlandschap.
Beelden uit de Steentijd
De belangstelling voor archeologische monumenten in Drenthe bestaat al lang. Reisgidsen uit de jaren twintig van de vorige eeuw riepen toeristen op 'Neêrland's Pompeji' te bezoeken en ook de talloze oude prentbriefkaarten van hunebedden met klauterende kinderen getuigen van de aandacht voor de oudheden als bezienswaardigheid. De kijk op de Drentse oudheden is echter in de loop der eeuwen wel steeds veranderd.
Door Joke Wolff, medewerker communicatie van het Drents Archief.
Eekhoorntjesbrood
Boleten zijn vlezige paddestoelen die gemakkelijk herkenbaar zijn doordat de onderzijde van de hoed niet voorzien is van plaatjes maar van buisjes met nauwe poriën. De meest populaire boleet is ongetwijfeld Eekhoorntjesbrood, een forse paddestoel met een bolle, bruine hoed en dikke, buikige steel, voorzien van een fijn netwerk van verheven lijntjes. De soort was vroeger algemeen in allerlei bossen, maar tengevolge van vermesting is de paddestoel daar vrij schaars geworden. De meeste vindplaatsen liggen tegenwoordig in schrale, met eiken of beuken beplante wegbermen.
Door Eef Arnolds, voorzitter van de Stichting Paddestoelenwerkgroep Drenthe en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Stichting Het Drentse Landschap.
Monumentale graven in het landschap
Hunebed D27 in Borger
Het grote hunebed van Borger - door professor A.E. van Giffen van de aanduiding D27 voorzien - is niet het hunebed met de meest rustieke ligging. Vooral het afgelopen jaar niet. Op niet al te grote afstand ten noorden van het meer dan 5000 jaar oude hunebed verrees een spiksplinternieuw informatiecentrum. En dat betekende - in ieder geval op werkdagen - bouwkranen, zandauto's, radio's en roepende mannen met helmen. Veel leven dus, zeker niet de gewijde stilte van het graf. D27 is door de combinatie met het Hunebedcentrum voorbestemd om het drukst bezochte hunebed van Drenthe te blijven. Voor de een is dat goed nieuws, de op hun rust gestelde omwonenden hadden het liever anders gezien.
Door Wijnand van der Sanden, provinciaal archeoloog verbonden aan Drents Plateau.
Mossen op hunebedden
Wie er oog voor heeft, zal ontdekken dat hunebedden aantrekkelijke plekken zijn voor allerlei levensvormen. Sommige van deze meer dan 5000 jaar oude monumenten zijn overdadig begroeid met korstmossen en mossen. Dat ze hunebedden iets extra's geven, bleek maar weer toen afgelopen winter een hunebed vanwege graffitivandalisme helemaal moest worden kaal gespoten: geen gezicht zo'n naakt hunebed.
Door Hans Colpa, medewerker voorlichting en educatie van Het Drentse Landschap en Ben van Zanten, was tot zijn pensionering bryoloog bij het Biologisch Centrum (RUG) in Haren. Beiden zijn lid van de Drents-Groningse Mossenwerkgroep
Koeien als olifanten
"Boeh boeh bla bla, we maken vla". Met deze tekst probeerde enkele jaren terug een Drentse zuivelfabrikant zijn producten aan de man te brengen. Schattige koetjes, getekend in vrolijke kleuren brachten het dansend op de tv ten gehore. Toegegeven, koeien dansen niet en de kleurvariatie beperkt zich doorgaans tot meer gedistingeerde combinaties van wit en zwart of bruin, maar lieflijk om te zien zijn onze koeien natuurlijk wel. Ze vormen wat dat betreft een schril contrast met hun wilde voorouder, de Oeros (Bos primigenius).
Door Jaap Beuker, conservator archeologie en hoofd facilitaire zaken bij het Drents Museum.
ötzi in het Drents Museum
Over een gletsjermummie en de hunebedbouwers
Recent wetenschappelijk onderzoek onthulde veel nieuwe feiten over het leven en de dood van ötzi - de beroemde, 5300 jaar oude gletsjermummie uit Zuid-Tirol. In dezelfde periode woonden en werkten in Noord-Nederland de hunebedbouwers, een gemeenschap die tot de Trechterbekercultuur behoorde. Zijn er overeenkomsten te vinden tussen de Noord-Italiaanse en Noord-Nederlandse steentijdmensen? Of zijn het vooral de verschillen die opvallen? De spectaculaire tentoonstelling "ötzi, de gletsjermummie" die te zien is in het Drents Museum, onthult de nieuwste feiten rond ötzi en plaatst deze in een Drents perspectief.
Door Anne de Hingh, conservator van het Drents Museum.
