Monumentale graven in het landschap

Hunebed D4, Joop van de Merbel
Hunebedden zijn de van grote zwerfstenen gebouwde grafmonumenten van de trechterbekercultuur (3400-2850 v.Chr.). Het zwaartepunt in Nederland van hun verspreiding in Nederland ligt in Drenthe. Boze tongen beweren dat als je één hunebed gezien hebt, je ze allemaal wel gezien hebt. In deze visie zijn de verschillende hunebedden slechts variaties op hetzelfde thema: een combinatie van staande en liggende grote stenen. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal onwaar. Toch doet deze zienswijze geen recht aan de werkelijkheid.
Door Wijnand van der Sanden, provinciaal archeoloog bij het Drents Plateau.
Heikikker

foto: Geert de Vries
Iedereen kan wel een top vijf samenstellen van dieren die het lentegevoel het sterkste opwekken. Wie de subtiele paringsroep van de Heikikker eenmaal heeft gehoord, zal dit fenomeen ongetwijfeld aan de top vijf van zijn fraaiste lenteboden toevoegen. De Heikikker doet in Drenthe zijn naam eer aan. Hij is hier vooral op de hei en in het hoogveen te vinden, maar ook in laagveengebieden kun je hem aantreffen. Voorwaarde is dat er veen in zijn biotoop aanwezig is. De Duitsers noemen hem dan ook heel treffend "moeras-kikker".
Door Geert de Vries, onderwijsconsulent bij het Consulentschap IVN en bestuurslid van Het Drentse Landschap.
Natuurontwikkeling Hondstong

foto: Jaap de Vries
Het beekdalreservaatje Hondstong met het beekje Runsloot ligt tussen Vries en Yde in het noorden van Drenthe. De oude, kleinschalige structuur van dit bovenloopje van het Eelderdiep is hier fraai bewaard gebleven. De zo kenmerkende begroeiing van schrale beekdalgraslanden is in de vorige eeuw echter grotendeels verdwenen. Het Drentse Landschap probeert nu met uitgekiende maatregelen aan soorten van eertijds weer een geschikt biotoop te bieden. De eerste resultaten zijn bemoedigend, zo is in dit artikel te lezen.
Door Hester Heinemeijer, hoofd Onderzoek en Planning van Het Drentse Landschap.
Pitrus
foto: Geert de Vries
"Wanneer doen jullie nou eens wat aan die smerige rusken", is een vraag die natuurbeheerders in Drenthe vaak naar het hoofd geslingerd krijgen. Het "stekelvarkentjeswoud" van Pitrussen in sommige reservaten maakt bij velen onrust los; een blamage voor natuurbeheer, zeggen ze. Maar ja, het is een ongewild en moeilijk te bestrijden effect bij de omschakeling van landbouwgrond naar natuur.
Dat negatieve is wel eens anders geweest. Sterker nog, tot in de vorige eeuw werd Pitrus zelfs wel geteeld als landbouwproduct! Van de lange, stevige, groene stengels konden matten gevlochten worden. Of ze konden worden gebruikt als dakbedekking of stalstrooisel. Echt plezier kon je ervan beleven als voorzichtig het stevige merg, de pit, uit de stengel gepeuterd werd. Gedrenkt in schapenvet of olie was het een prima lampenpit.
Toen andere producten de rol van Pitrus overnamen, sloeg de waardering om. Geen enkel graasdier vreet Pitrus, dus was het in boerenland een nutteloos onkruid.
Door Joan Hofman, bestuurslid en redacteur van Het Drentse Landschap.
