Het Drentse Landschap
34. Hunzedal

Hunzedal

Het stroomdal van de Hunze, gelegen aan de voet van de Hondsrug, aan de oostgrens van Drenthe, is in het verre verleden gevormd door het krachtenspel van wind, water en ijs.

Het nieuwe waterrijke gebied biedt ook perspectief voor een evenwichtiger visstand. De laatste jaren vertoonde de visstand in de Hunze en het Zuidlaardermeer een wat eenzijdige samenstelling. Vooral Brasem overheerst sterk in het stroomgebied. Omdat het sterke bodemwoelers zijn droegen de dieren hun steentje bij aan het vertroebelen van het water. Het Annermoeras wordt dankzij de aanwezigheid van veel ondiep water een goede kraamkamer voor Snoeken. Opgroeiende Snoeken zakken de rivier af richting het Zuidlaardermeer, waar ze zich naar verwachting te goed zullen doen aan de Brasems. Meer Snoek betekent minder Brasem, minder gewoel in de bodem en daardoor weer meer kansen voor helder water en waterplanten.

Het nieuwe natuurgebied is niet alleen wandelend en op de fiets, maar vooral goed per kano te verkennen. Bij de brug van Spijkerboor ligt een kanosteiger. Kanovaren over de hoofdstroom van de Hunze van Spijkerboor naar het Zuidlaardermeer is het hele jaar door mogelijk. Peddelen door de aangekoppelde meanders is mogelijk buiten het broedseizoen, dat loopt van 15 maart tot 15 juni.

Het oerstroomdal van de Hunze werd uitgesleten door smeltwater in de tijd dat het landijs van de voorlaatste ijstijd zich terugtrok uit Nederland. Later werd het, oorspronkelijk veel grotere, Hunzedal deels opgevuld met door wind en water aangevoerd bodemmateriaal. Onder invloed van het warmer wordende klimaat raakte het Hunzedal begroeid met uitgestrekte venen en ondoordringbare moerasbossen. Kraanvogels, Elanden en Bevers hoorden tot de vaste bewoners van het gebied.

De menselijke invloed werd pas zichtbaar vanaf de middeleeuwen, toen de toegankelijke delen van het dal benut werden als hooiland. Halverwege de 18e eeuw kwam de grootschalige vervening op gang, waarbij het veenpakket als turf werd opgebrand in onder meer de kachels van de stad-Groningers. In de 20e eeuw werd het dal omgevormd tot een optimaal ingericht agrarisch landschap.

Het onderscheid met het aansluitende veenkoloniale gebied raakte sterk vervaagd en het Hunzedal is als beekdal nog maar nauwelijks herkenbaar. In 1995 presenteerden Het Drentse Landschap, Het Groninger Landschap en het Wereldnatuurfonds een gezamenlijke natuurontwikkelingsvisie voor het stroomgebied van de Hunze. Dit heeft geleid tot uitvoering van natuurontwikkelingsprojecten op diverse plekken langs de Hunze. Stapsgewijs ontwikkelt de Hunze zich hierbij weer tot vrij kronkelende beek ingebed in een natuurrijk, voor mens, plant en dier aantrekkelijk landschap. 

Er loopt een fietsroute door het Hunzedal, deze is te downloaden via de link: fietsroute Hunzedal.

Beekherstel Torenveen

Het Drentse Landschap is vanaf de zomer 2010 gestart met het herstellen van de beek bij Torenveen in het Hunzedal.

Doel van het beekherstel is:

natuurlijke kronkelende beek, met hoge natuurwaarden.
berging van water in natte perioden.
langer vasthouden water in droge perioden.
verbeteren kwaliteit oppervlaktewater.
bevorderen recreatie.
verbeteren woon- en leefklimaat omliggende dorpen.
verbetering kavelstructuur landbouw.
Naast financiële steun van de provincie Drenthe wordt dit project mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Ministerie van VROM, Waterschap Hunze en Aa's, Gemeente Aa en Hunze, PBCF, Helena Vrucht fonds, Ger Jansen fonds en de Stichting Het Drentse Landschap.

De presentatietekening kunt u hier downloaden  

Annermoeras

 

Annermoeras

In 2003 is een fors deel van het natuurlijke stroomgebied van de Hunze teruggegeven aan de rivier. Uitgevoerd als één project heeft de Hunze, verspreid over drie locaties (van Gieterveen tot voorbij Spijkerboor), zijn kronkels teruggekregen. Het deelgebied Annermoeras is één van die locaties. Het strekt zich uit van Spijkerboor tot aan de gaslocatie stroomafwaarts op de oostoever. Doordat dit gebied erg laag ligt ten opzichte van het beekpeil staan grote delen regelmatig onder water. Om de overlast voor de omgeving te voorkomen, zijn de kaden die tegen de beek aan lagen, verder naar buiten verplaatst. Sinds de afronding van de werkzaamheden doet het gebied zijn naam voor het eerst sinds lange tijd weer eer aan. Oorspronkelijke natuurwaarden die door de kanalisatie en drooglegging bijna uit het gebied waren verdwenen, krijgen nieuwe kansen. Het aantal paartjes moerasvogels zoals Blauwborst en Rietgors was op één hand te tellen maar neemt nu weer toe. Ook voor andere moerasvogels ligt hier een zonniger toekomst in het verschiet.