
Nuilerveld
Het Nuilerveld is een gevarieerd heide-stuifzandgebied. De merkwaardig gevormde vlakke en hooggelegen plateaus met de bijbehorende steilranden op de overgang naar de lagere delen, maken het gebied in landschappelijk opzicht zeer de moeite waard. Een rondwandeling langs de uitgezette wandelroute van twee kilometer wordt gedurende de zomermaanden steevast begeleid door het melodieuze gezang van Boomleeuwerikken. Elk jaar broeden er wel enkele paartjes van deze karakteristieke heidevogels in het terrein. Het Nuilerveld ligt ongeveer een kilometer ten noorden van Pesse.
Er loopt een wandelroute door het terrein. Deze is te downloaden via de volgende link: wandelroute Nuilerveld.
Omgekeerde wereld
De herenplaten - geologen spreken liever van 'plateaurestduinen' - zijn een heel bijzonder natuurverschijnsel. Tijdens de laatste ijstijd vormden deze plateaus juist de laagste delen van het terrein. Toen het klimaat uitzonderlijk droog begon te worden legde de begroeiing op de hogere plekken het lootje. Poolwinden kregen vat op het onderliggende zand en bliezen het weg. De lagere delen verstoven niet doordat de begroeiing hier stand wist te houden. Het eind van het verhaal is dat wat eens begroeide laagtes waren, nu de hoogste delen van het terrein vormen. Doordat op de plateaus altijd planten zijn blijven staan, is er in de ondergrond een laagje van ingespoelde humus ontstaan die het regenwater belet om weg te zakken. Zo is er in de loop van vele eeuwen een vochtig milieu gebleven op de top van de herenplaten.
Geschiedenis

Nuilerveld
Het huidige Nuilerveld is een restant van een oorspronkelijk veel groter Nuylerveld. Omstreeks 1900 vormde dit terrein nog één geheel met de Kraloër- en Dwingeloosche heide en de Boerenveensche Plassen. In de eerste helft van deze eeuw werden grote delen van de uitgestrekte 'woeste gronden' omgezet in landbouwgrond. Het huidige Nuilerveld werd voor ontginning behoed, wat ondermeer te danken was aan het markante reliëf en de uitermate schrale ondergrond. Op een voormalige akker binnen het reservaat is een interessante plantengroei tot ontwikkeling gekomen. De zeldzame Grondster komt daar massaal, op enkele plekken zelfs zodevormend, voor.
In de natte laagten is het eveneens zeldzame Oeverkruid in het gezelschap van Waterpostelein te vinden. Dat deze soorten juist in dit deel van het terrein voorkomen, is te danken aan de keileem die hier erg dicht onder de oppervlakte ligt. Op de hoge, droge zandkoppen bloeien het Zandblauwtje en de Stekelbrem tussen de Struikhei.
Ondanks de betrekkelijk geringe afmetingen van het terrein zien typische heidevogels kans om er hun jongen groot te brengen. Hier is de welluidende zang van de Boomleeuwerik te horen. Maar ook de Roodborsttapuit is broedvogel in het terrein. Van de vele vlindersoorten die zijn waargenomen, zijn het Groentje, het Heideblauwtje en de Heivlinder aan te merken als karakteristieke soorten voor de heide. Het gehele terrein wordt door middel van begrazing met enkele Schoonebeker schapen en wat Hooglander ossen verschraald. Wanneer nodig wordt dit aangevuld met plaatselijk maaien en afvoeren.
