
Drouwenerzand
Het Drouwenerzand ligt op de Hondsrug tussen de dorpen Gasselte en Drouwen. In het begin van de vorige eeuw werd het Drouwenerzand nog beschouwd als één grote ramp. Jaren van overbegrazing door schapen, het steken van heideplaggen, en het delven van keien hielden de 'malende zandzee' van het Drouwenerzand in beweging. Een regelrechte bedreiging voor de nabijgelegen landbouwgronden en wegen. Een groot contrast met de vredige aanblik die het terrein nu biedt. De vele Jeneverbessen, die hier als 'wachters op de hei' staan, geven het landschap een bijna mystiek karakter. De gemarkeerde wandelroute van vier kilometer is op diverse plaatsen vanaf de omliggende horecagelegenheden en campings te starten. De wandeling voert zowel door het heide- en stuifzandgebied als door het bos. In het bos is het stuifzandverleden nog zichtbaar in de bultige ondergrond. De door heideschapen begraasde heide is alleen toegankelijk over de gemarkeerde wandelroute. Binnen het begraasde gebied is het meewandelen van honden niet toegestaan. De wandelroute is te downloaden via de link: wandelroute Drouwenerzand
Oranjebond en kwartguldenvereniging
In 1903 werd er een grootscheepse poging gestart om door bosaanplant het verder verstuiven tegen te gaan. Dankzij inspanningen van instanties als de Oranjebond van Orde, de Kwartguldenvereniging en de Nederlandse Heidemaatschappij was een aanzienlijk deel van het gebied in 1915 bebost. Het gebied is sinds 1974 eigendom van Het Drentse Landschap.
Het deel van het terrein dat niet bebost is, bestaat uit stukken rustend stuifzand en droge heide met Struik- en Kraaihei. Verspreid in het terrein worden relatief grote oppervlakten met een gevarieerde mos- en korstmosbegroeiing aangetroffen, die het Drouwenerzand in natuurwetenschappelijk opzicht van bijzondere waarde maken. Er zijn meer dan 25 soorten korstmossen aangetroffen, waaronder Kraakloof, Rendiermos en IJslands mos.
Het Drouwenerzand is een van de weinige terreinen waar nog natuurlijke verjonging van Jeneverbessen optreedt. Op één plek is het stuifzand nog als levend te betitelen. Hier speelt de wind op bescheiden schaal nog een beetje met het zand. Het Drouwenerzand biedt ruimte aan vroeger veel algemener voorkomende plantensoorten als Zandblauwtje, Grasklokje, Wilde tijm en Stekelbrem.

Jeneverbessen, Geert de Vries
Het gebied is rijk aan Konijnen. Hiervan profiteren vogelsoorten die hun eieren in konijnenholen leggen, zoals de Bergeend, Tapuit en Holenduif. Vogelliefhebbers waarderen dit terrein verder om zijn grote aantallen Boomleeuwerikken en Roodborsttapuiten. Zelfs de Grauwe klauwier en, in het winterhalfjaar, de Klapekster zijn er regelmatig te zien. Het terrein bevat één van de grootste populaties Heivlinders van Noord-Nederland. Door de begrazing met schapen komen er veel mestkevers voor. Met name voor de vervaarlijk ogende, maar geheel onschuldige Driehoornmestkevers zijn de schapenkeutels niet te versmaden.
Hunebedden bij het Drouwenerzand D19 en D20
Vlakbij het Drouwenerzand beheert Het Drentse Landschap de hunebedden D19 en D20. De hunebedden liggen broederlijk naast elkaar, direct ten zuiden van het recreatiecentrum Drouwenerzand. Het hunebed D19 werd al in 1912 archeologisch onderzocht. Het onderzoek wakkerde een hernieuwde internationale wetenschappelijke belangstelling voor de hunebedden aan. Bij dit onderzoek werden restanten van meer dan 400 stuks aardewerk aangetroffen. Bijzonder was de vondst van zes reepjes koper. Het behoort tot de oudste vondsten van metalen voorwerpen in Nederland. Zeer waarschijnlijk kwam het metaal door handelscontacten met Oost-Europa in Drenthe. Koper werd in die tijd heel af en toe in sieraden verwerkt. De aanduiding 'steentijd' is dan ook maar betrekkelijk.
