Zonnedauw en Blaasjeskruid
Normaal gesproken eten planten geen dieren. Zonnedauw en Blaasjeskruid vormen echter een uitzondering. Het zijn planten die wel dieren eten. Met list en bedrog 'snabbelen' ze wat extra voedsel in de vorm van 'vlees' bij elkaar. Hierdoor kunnen ze in een voedselarme omgeving overleven.
Zonnedauw
Drenthe is de enige provincie van Nederland waar alle drie soorten Zonnedauw voorkomen: de ronde, de kleine en de lange. Ronde zonnedauw komt het meest voor. De kleine is wat minder algemeen. Lange zonnedauw groeit slechts op één plekje in een hoog-veenmoeras bij Zwartemeer.
De Ronde zonnedauw doet zijn naam eer aan: de blaadjes zijn rond. De Kleine zonnedauw heeft langwerpige blaadjes. Wie Zonnedauw ziet bloeien weet dat het al twaalf uur is, want pas midden op de dag gaan de witte bloempjes open. Dat gebeurt overigens alleen bij zonnig weer. De rozetjes van de zonnedauwplantjes zijn hooguit zo groot als een rijksdaalder. Ze groeien graag op voedselarme en kale plekken in natte heidegebieden en bij vennetjes. In het verleden kwamen ze bij miljoenen voor in de hoogveenmoerassen.
Het zou niet handig zijn als alle soorten Zonnedauw dezelfde prooien zouden vangen. In de loop der tijd is dan ook een taakverdeling ontstaan: Kleine zonnedauw vangt vooral muggen en de ronde probeert met name kevertjes te bemachtigen. Vroeger werden de zonnedauwplantjes ook wel 'Mariatranen' genoemd. Men geloofde dat de tranen op de blaadjes afkomstig waren van Maria omdat ze veel gehuild had om de dood van Jezus.

Bedrog
Op de blaadjes van de Zonnedauw staan rode haren. Aan het eind van elke haar zit een fraai glinsterende dauwdruppel. Hoe zonniger, des te meer dauwdruppels. Dat is vreemd. Want dauw verdwijnt zodra de zon verschijnt. Het is dan ook geen dauw, maar een soort lijm. Insecten die daar op af komen, raken verstrikt in die kleverige druppels. Een mug of een kever probeert zich dan los te wringen. Door dat gespartel worden andere blaadjes gewaarschuwd dat er een dikke kluif is te verdelen. Door met elkaar samen te werken kunnen de blaadjes zelfs libellen vangen. De blaadjes krullen zich om de prooi heen. Daarna werken de dauwdruppels als een soort maagsap, waar het diertje in oplost. Op deze manier krijgt de Zonnedauw via zijn blaadjes toch wat extra voedsel binnen. Na een dag of wat gaan de blaadjes weer open. De pootjes en vleu-geltjes van het slachtoffer waaien weg. Er worden nieuwe dauwdruppels gevormd en dan maar weer wachten op het volgende slachtoffer...
Blaasjeskruid
Blaasjeskruid leeft in het water. De slingers met smalle blaadjes kunnen wel meer dan een meter lang worden. Meestal ontdekt men Blaasjeskruid pas als de bloempjes boven het water uitsteken. Van de verschillende soorten blaasjeskruid zijn het Groot en Klein blaasjeskruid het meest bekend. Het Groot blaasjeskruid heeft knalgele bloempjes. Die van zijn kleinere neefje zijn flets geel. Het Groot blaasjeskruid groeit in Drenthe vooral in sloten. Het Klein blaasjeskruid heeft een voorkeur voor voedselarme vennetjes. Er is geen plant (met bloemen) die in zulk voedselarm water kan leven als juist het Klein blaasjeskruid. Tussen de dunne blaadjes zitten blaasjes die met het blote oog te zien zijn.
De 'watervaltruc'
Net als Zonnedauw groeit Blaasjeskruid op plekken waar weinig voedsel beschikbaar is. Dat is handig omdat het Blaasjeskruid dan geen last heeft van snelgroeiende planten, zoals Waterlelies. Door kleine waterdiertjes te vangen krijgt deze vleeseter extra voedsel. Die extra 'inkomsten' gebruikt het Blaasjeskruid vooral om bloemen te vormen.
Hoe werkt deze 'waterval'? De voorkant van elk blaasje is afgesloten met een klepje. Het blaasje is een beetje ingedeukt. Komt er bijvoorbeeld een watervlo tegen zo'n blaasje aan dan schiet het klepje open. Het blaasje stroomt vol met water en 'sleurt' de watervlo mee naar binnen. Je kunt het vergelijken met een gesloten ingedeukt plastic flesje waarvan onder water de dop wordt gehaald.
Na een uur is de prooi in de plant verteerd. Het klepje gaat opnieuw dicht en het blaasje wordt weer ingedeukt, zodat in deze slimme "onderwaterval" een nieuwe prooi kan worden gevangen. Af en toe komen zelfs jonge kikkervisjes in deze val terecht.
Toekomst
Zonnedauw en Blaasjeskruid hebben slimme trucs bedacht om in een voedselarme omgeving toch nog wat extra voedsel te vangen. Door lucht- en water-vervuiling krijgen ze tegenwoordig vaak te veel voedsel. Daar kunnen ze niks mee, omdat ze gewend zijn in armoe te leven. Snelgroeiende planten kunnen dat extra voedsel wel gebruiken en overwoekeren deze juweeltjes van de voedselarme wereld. De tragiek is dat deze vleesetende planten alleen in een wereld van armoe een rijke toekomst hebben.
Geert de Vries, uit kwartaalblad nr. 30, juni 2001
