Vaak is het nog lang geen Pinksteren als de Pinksterbloemen volop in bloei staan. Meestal gebeurt dat al in de laatste weken van april. Met hun op de bodem uitgespreide rozetjes hebben ze gedurende de winter een plaatsje in de graszode gereserveerd. Dankzij een reservevoorraadje voedsel in de verdikte wortelstok zijn ze in staat om in het voorjaar een groeispurtje te maken. Zo kunnen ze vlot gaan bloeien, voordat het omringende gras te hoog staat en ze aan het zicht onttrekt.

Bij regen worden de bloemetjes in een hangende slaapstand gezet om het stuifmeel te beschermen tegen het hemelwater. Hierdoor lijken Pinksterbloemen alleen op zonnige dagen te bloeien. De Pinksterbloem is met zijn opvallende lila bloemen voor veel mensen een gewaardeerde voorjaarsbode.
Hoewel Pinksterbloemen vrij algemeen voorkomen waren ze vroeger veel talrijker. Ze voelen zich vooral goed thuis in beekdalgraslanden en vochtige weilanden. Modern graslandbeheer met drainage en intensieve bewerking heeft de rijkste groeiplaatsen doen verdwijnen. De massale voorjaarsbloei raakt steeds meer beperkt tot de graslandreservaten van natuurbeherende instanties. Buiten de reservaten moeten ze vaak genoegen nemen met een plaatsje in de slootwal. Het zijn met name de wat vochtiger plekken in grasland die weelderig gemarkeerd kunnen worden door wolken Pinksterbloemen.
Behalve in vochtig grasland zijn Pinksterbloemen ook aan te treffen op andere natte plekken, zoals op open plekken in een moerasbos. De plant is uitstekend in staat om zich aan te passen aan hoge waterstanden. Planten die langdurig in het water staan vormen breukgewrichtjes in de steeltjes van de zijblaadjes. Hierdoor breken de blaadjes makkelijk af, waarna ze van de ouderplant weg kunnen drijven om ergens anders wortel te schieten. Vaak ontwikkelen de eerste worteltjes zich al als het blaadje nog aan de moederplant zit. Hierdoor is de plant op kletsnatte plekken in staat zich door stekken te vermenigvuldigen. Een bijzonder handige aanpassing omdat het voor kieming van de zaden op zulke plekken vaak weer te nat is.
Lekker plantje
De jonge bladrozetten van Pinksterbloemen zijn rijk aan vitamine C. In tijden dat verse groente en fruit nog schaars en duur waren, werden de planten als groente verzameld. Ze zijn uitstekend te verwerken in een frisse gezonde voorjaarssalade. Elk plantje heeft zijn eigen smaak, variërend van bitter tot zacht. In de dierenwereld worden Pinksterbloemen ook gewaardeerd als een belangrijke voedselbron. Een groot aantal insecten, waaronder veel soorten vlinders, bezoeken de bloemen graag voor hun nectar.
Op Pinksterbloemen zijn opvallend vaak klodders 'koekoeksspog' aan te treffen. In die klodders leeft de larve van een schuimcicade. De cicade leeft van het sap van de plant. Het beestje produceert de schuimbellen zelf met behulp van zijn darmen. In zijn schuimklodder is de larve goed beschermd tegen uitdroging. Bovendien is het voor natuurlijke vijanden een hele toer om hem in zijn bubbelbad te pakken te krijgen.
Van de vlinders die zich aangetrokken voelen tot de Pinksterbloem is er één die wel een heel innige relatie met de plant heeft. Dat is het Oranjetipje dat zelfs zijn wetenschappelijke naam (Anthocharis cardamines) aan de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) te danken heeft. In het voorjaar worden de bloemen veelvuldig bezocht door Oranjetipjes. Deze schitterende witte vlindertjes, waarvan de mannetjes voorzien zijn van een oranje vlek op de vleugeluiteinden, vallen goed op als ze van bloem naar bloem fladderen. Zodra ze gaan zitten lijken ze echter als sneeuw voor de zon verdwenen te zijn. De dichtgeklapte vleugeltjes zijn aan de onderkant groen gemarmerd, waardoor de eigenaar vrijwel onzichtbaar opgaat in de begroeiing. De tipjes zien de Pinksterbloem niet alleen als waardevolle nectarbron. Ze zetten ook erg graag hun eitjes af op de steeltjes van de bloemen. De rupsen leven van het uitgroeiende vruchtbeginsel en de jonge zaden hierin. Als de rupsen na verloop van tijd volgroeid zijn, trekken ze zich terug in de strooisellaag waar ze zich aan de voet van de planten verpoppen. In hun pop wachten ze de lange koude winter af. Vroeg in het voorjaar komen ze, tegelijk met het verschijnen van de eerste Pinksterbloemen als vlinder te voorschijn. Pinksterbloemen en Oranjetipjes. Laat het voorjaar maar weer gauw beginnen.
B. Zoer, uit kwartaalblad nr. 25, maart 2000
