Het Drentse Landschap
Paddenstoelen

Steeds meer snoeihout van bomen en struiken wordt verpulverd met behulp van een hakselmachine, een apparaat dat met veel kabaal takken verzwelgt en uitspuugt in de vorm van platte stukjes hout en schors. Deze houtsnippers worden meestal ter plaatse op de bodem achtergelaten. Ze bieden onverwachte mogelijkheden voor veel houtpaddestoelen, maar de toepassing houdt soms risico's in voor andere soorten.

Sinds mensenheugenis worden bomen en struiken gesnoeid. Dat gebeurt in tuinen en plantsoenen, langs wegen en plaatselijk ook in natuurgebieden. In veel bossen worden dunningen uitgevoerd waarbij de minder kansrijke bomen worden verwijderd. Een dikke eeuw geleden was vrijwel alle hout nog nuttig als brandhout. Met takkenbossen werden bijvoorbeeld de bakkersovens gestookt. Dit gebruik is, net als het sprokkelvrouwtje, vrijwel verdwenen.

Tot twintig jaar geleden werd veel snoeihout op hopen verbrand. Nu wordt dat nauwelijks meer gedaan om veiligheidsredenen en vanwege milieubelasting. In bossen blijven takken vaak gewoon liggen om langzaam te vergaan, maar langs wegen en in plantsoenen is dat meestal geen optie. Het is plaatselijk zinvol om snoeihout op te stapelen tot takkenhopen. Roodborst en Winterkoning nestelen er graag en kleine roofdieren als de Bunzing vinden er een goed onderkomen.

Het grootste deel van het snoeihout wordt door groenbeheerders tegenwoordig echter machinaal verhakseld. Ook steeds meer particulieren schaffen zo'n energievretend en lawaaiig apparaat aan. De houtsnippers worden vaak in een dunne laag op paden, in wegbermen en onder struiken gedeponeerd, waar ze tijdelijk de groei van kruiden en grassen kunnen onderdrukken. Soms worden ze in grote hopen gedumpt.

Paddestoelen op houtsnippers

Er zijn veel paddestoelen die op hout groeien; in Nederland alleen al meer dan 1000 soorten. Sommige soorten groeien alleen op grote stammen, andere op dikke takken, weer andere op dunne twijgen. Al die paddestoelen vervullen een uiterst belangrijke rol in het bos. Ze breken het hout af tot humus en mineralen die voor de planten weer opneembaar zijn. Alleen dankzij deze houtrotters blijven de kringlopen van energie en stoffen in stand.

Op houtsnippers vinden we vooral paddestoelen die van nature op kleine houtfragmenten groeien welke met de bodem in contact staan. Algemeen zijn bijvoorbeeld Gewoon donsvoetje, Hazenpootje, Sierlijke franjehoed en Bleek nestzwammetje. In bossen komen zulke soorten gewoonlijk heel lokaal voor in groepjes rond een afgevallen tak of stukjes schors. Door de grote concentratie van houtfragmenten op snipperplekken kunnen deze paddestoelen hier in enorme aantallen groeien, soms honderden per vierkante meter. Dat is in de herfst een feestelijk gezicht.

Maar het zijn niet alleen gewone bospaddestoelen die hun weg naar snipperpaden gevonden hebben. Er zijn ook specialisten die vrijwel uitsluitend op bedden houtsnippers groeien, zoals de spectaculaire Oranjerode stropharia en de Blauwplaatstropharia.