De orchidee van het Reestdal
Het Reestdal vormt het belangrijkste bolwerk in de verspreiding van het Moeraskartelblad binnen Drenthe. Van bovenloop tot benedenloop sieren de paarse bloemen de schraallanden langs de beek. Kartelblad bloeit al gauw enkele weken, maar het hoogtepunt van de bloei duurt vaak maar enkele dagen ergens in juni. Alleen dan lijken de hooilanden in hun geheel bedolven onder het knallende kartelbladpaars.
Moeraskartelblad houdt van nattigheid. De plant gedijt het beste in drassige hooilanden die in het winterhalfjaar overstromen. Moeraskartelblad komt vooral voor in de hooilanden langs "onverbeterde" beken, waar grond- en beekwater nog vrije speelruimte hebben. Vroeger was kartelblad langs de meeste Drentse beekjes wel te vinden. Tegenwoordig komt de plant vrijwel uitsluitend voor langs de Reest en op enkele plaatsen langs de Drentse Aa. In het Reestdal kleuren vooral de hooilanden van het Landgoed De Havixhorst en het gebied Schrapveen in het voorjaar volledig paars dankzij de aanwezigheid van deze plant. Er komen in het Reestdal geen orchideeën voor. Maar eigenlijk is het Moeraskartelblad minstens zo mooi en intrigerend. Onder plantenliefhebbers staat Moeraskartelblad bekend als de orchidee van het Reestdal.
In 2001 werd de plant voor het eerst waargenomen in een vochtig hooiland langs het beekje de Eekma aan de rand van Landgoed Vossenberg bij Wijster. Het betreffende perceel maakte deel uit van een in 1998 afgerond natuurontwikkelingsproject op dit landgoed. Dat de soort hier opdook is vrijwel zeker te danken aan het uitstrooien van wat hooi dat afkomstig was uit een perceel waar de plant ook al groeide. Het hooi werd hier uitgespreid direct na afronding van de natuurtechnische inrichting van het gebied. Het betreffende land was jarenlang in gebruik geweest als productiegrasland en maisakker. In zo'n geval staat vast dat het grootste deel van de oorspronkelijke zaadvoorraad in de bodem definitief verdwenen is. Van Moeraskartelblad blijven de zaden maar één jaar kiemkrachtig.

Parasieten
Moeraskartelblad is een halfparasiet. De plant beschikt over bladgroen en zou daardoor in staat moeten zijn om zijn eigen boontjes te doppen als het gaat om de voedselvoorziening. Kartelblad kiest er echter voor een deel van zijn voedingsstoffen weg te kapen bij de grassen die in zijn onmiddellijke nabijheid staan. Onder de grond vergroeien de wortels van het kartelblad met die van de grassen. Hierdoor is de plant in staat om de sapstromen van de grasplant af te tappen voor eigen gerief. Dit levert het kartelblad niet alleen extra voedsel op. Het zorgt er bovendien voor dat de omringende grassen aanmerkelijk aan vitaliteit inboeten. Rond Moeraskartelblad staat het gras er duidelijk minder florissant bij. Kartelblad loopt hierdoor minder kans overwoekerd te worden door het gras. De parasitaire eigenschappen verzekeren de plant van het beste plekje onder de zon. Overigens vertoont de aan het kartelblad verwante Grote ratelaar dezelfde truck. Langs de Reest komen beide planten vaak in elkaars gezelschap voor. Ook allerlei ander bloemen, zoals Egelboterbloem, Echte koekoeksbloem en Dotterbloem weten te profiteren van de verminderde grasgroei. Waar kartelblad groeit neemt de bloemenweelde toe.
Inbrekers
Kartelbladbloemetjes zien er enigszins ingewikkeld uit. Ze zijn dan ook min of meer speciaal "ontworpen" voor een bezoek van hommels met lange tongen. Alleen zij zijn in staat om op een fatsoenlijke manier kartelbladnectar te bemachtigen en terloops ook nog even bij te dragen aan een succesvolle bestuiving. Een Akkerhommel, die met dat bruine bontjasje, is één van de soorten die de klus kunnen klaren. Akkerhommels benaderen de bloem van voren. Ze gaan rustig aan de bloem hangen en steken hun lange tong de bloembuis in om de diepliggende nectar te kunnen opzuigen. Bij dit bezoek komen ze eerst in contact met de lange, uit de bloem stekende, stijl die eventueel al aanwezig stuifmeel van de rug van de hommel afschraapt. Hiermee wordt de bevruchting van de bloem een feit. Vervolgens wordt de hommel bepoederd met een afgepast voorraadje stuifmeel dat ook weer keurig op de rug van het diertje terechtkomt. Dit neemt de hommel dan hopelijk mee naar het volgende kartelbladbloempje op zijn route. Hommels met een korte tong zoals de Aardhommel, die met het witte kontje en de oranje strepen, houden ook van kartelbladnectar. Deze dieren zien zich genoodzaakt om de bloem met wat meer geweld te benaderen om ook hun tong uiteindelijk in de nectar te kunnen steken. Zij raken tijdens hun worstelpartij vaak aan alle kanten bedolven onder het stuifmeel en dragen zo ook nog wel bij aan de bestuiving. Hoewel het allemaal met wat meer moeite en wat minder elegantie gaat dan bij hun langtongige verwanten. Heel af en toe zit er een slimmerik tussen deze korttongige exemplaren. Die vecht zich niet de bloem in maar benadert de bloem van de achterkant. Hij bijt vervolgens een gaatje in de zijkant en komt zo ook bij de felbegeerde nectar uit. Gelukkig gebeurt dat niet te vaak want van een succesvolle bestuiving komt op deze manier niets terecht.
B. Zoer, uit kwartaalblad nr. 37, maart 2003
