Toegegeven, het doet wel wat geforceerd aan; Hulst in het decembernummer. Maar het moet er toch een keer van komen. De mooiste, de grootste en de meeste Hulsten van Nederland groeien immers in Drenthe. En in dit jaargetijde betekent Hulst iets voor de samenleving. Iedereen geniet ervan, al was het maar als chocoladeblaadje met suikeren 'kraalties' of als opluistering van een kerstkaart.
Het Drentse zandgebied is bij uitstek een plek voor Hulst. Vooral in oudere eikenbossen kan Hulst hier in de tweede boomlaag een hoogte van wel meer dan 12 meter bereiken! Elders blijven het veel lagere struiken. Hij doet het het best in bossen op een beetje zure, matig voedselarme, vochtige, leemachtige bodem. En zo'n bodem treffen we juist volop in Drenthe aan. Daarom is het Eiken-Hulstbos typisch Drents.
Naast Klimop is Hulst het enige wintergroene loofhoutgewas van het Noord-Europese bos. Hij houdt van donker en draagt daar met zijn dichte, donkergroene gebladerte zelf aan bij. Op de bodem onder Hulst kan dan ook eigenlijk niets groeien, behalve zijn eigen kiemplanten en opslag uit de wortels.
Zijn wortelstelsel is opmerkelijk. Het bestaat namelijk uit ondiepe, horizontaal gespreide hoofdwortels van waaruit dunne wortels loodrecht naar beneden gaan. Al met al staat hij dus niet erg stevig. Maar dat hoeft ook niet echt onder de beschutting van hoge Eiken en Beuken. Als er toch een keer een Hulst om gaat, dan blijft vaak een deel van het wortelstelsel nog vast zitten. En dat is vaak voldoende om verder te leven. Er ontwikkelen zich dan op de omgevallen takken nieuwe rechtopstaande uitlopers, die zelfs tot struiken kunnen uitgroeien.
Stekelblad
Het zijn de donkergroene, gekrulde, stekelige bladeren van de Hulst die sterk tot de verbeelding spreken. De Germanen kenden aan de Hulst al mystieke krachten toe. De stekeligheid van het blad kwam onze voorvaderen in jongere tijden goed van pas. Met bramen, Sleedoorn en Meidoorn vormde Hulst een ondoordringbaar natuurlijk prikkeldraad in houtwallen en randbosjes. En met een bos hulsttakken kon je prima de schoorsteen vegen.
Omdat Hulst altijd blad draagt, zou je kunnen denken dat de bladeren er 'eeuwig' aan blijven zitten. Maar dat is niet zo. De bladeren zitten 3 tot 5 jaar, vallen dan af en worden door nieuwe vervangen.
Nu kun je wel veel blad hebben in de winter, maar dan heb je toch bodemvocht nodig om het blad in leven te houden. En dat is met zoveel bladoppervlak riskant in verband met vochtverlies en bevriezing. Het vochtverlies houdt Hulst beperkt door een dikke washuid, waardoor de bladeren leerachtig aanvoelen. Tegen bevriezing is niet veel anders te doen dan weg te blijven uit gebieden met langdurig strenge vorst. Het verspreidingspatroon van Hulst in Europa, beperkt tot de gematigde, vochtige zone, toont dat duidelijk aan.
Als je zo die leerachtige stekelbladeren ziet, verwacht je niet dat er dieren zijn die ervan eten. Toch zie je dat bij voedselschaarste in de winter Konijnen en Reeën flink wat blad en zelfs complete jonge hulstplanten verorberen. Ook de rups van het Boomblauwtje (vlindertje) kun je vaak op het hulstblad aantreffen. Muizen schillen de stam van de Hulst, soms metershoog. Een diertje dat echt van Hulst afhankelijk is, is de Hulstvlieg. Deze legt zijn eitjes in het blad; zijn larven vreten zich gangen door het bladgroen en overwinteren in blaasjes die je op het blad kunt zien.
Rode bessen

Kraalties, of zoals mijn rasechte Noorddrentse buurman zegt: 'Krallegies'. De opvallend rode bessen van Hulst. Wacht u er al jaren op dat de Hulst in uw tuin eens bessen zal dragen? Dan kunt u nog lang wachten, want dan heeft u een mannetje. Elke hulstplant bloeit. In mei-juni en vaak weer in het najaar. Lollige, kleine, witte bloempjes in groepjes.
Het merkwaardige van Hulst is nu dat zich op de ene plant in de bloemen alleen de mannelijke organen ontwikkelen en op een ander alleen de vrouwelijke vruchtbaar worden. Om bessen te krijgen moet er in de buurt van een vrouwelijke plant een mannelijke staan. Dan kunnen zweefvliegen en bijen die op de nectar in de bloemen afkomen, zorgen voor het transport van stuifmeel. Hulst is dus niet echt tweehuizig, want alle bloempjes hebben mannelijke en vrouwelijke organen, maar gedraagt zich dus wel zo.
De bes is meer pit dan vlees. Vogels zijn er dan ook niet zo in geïnteresseerd. Lijsters en Merels wachten met het verorberen van de bessen tot na de kerst. Je zou kunnen denken dat ze dat speciaal voor ons doen. In elk geval hebben de lijsterachtigen een belangrijke rol bij de verspreiding van Hulst.
Toekomstperspectief
Omdat hij toch anders is dan andere bomen en een bijzondere uitstraling heeft, wordt Hulst met een zeker respect behandeld. In oude religies was het een heilige boom. Een Hulst op het erf bood (of biedt?) goddelijke bescherming tegen blikseminslag.
Met het verdwijnen van de bossen sedert de Middeleeuwen is de Hulst in Drenthe sterk verminderd. Maar de omstandigheden zijn in Drenthe wat bodem en klimaat betreft voor Hulst nog uitermate geschikt. Omdat het een plant is die het best gedijt op een gerijpte bodem van oudere loofbossen, ziet de toekomst voor Hulst er rooskleurig uit naarmate onze bossen ouder worden. Dat is nu al goed te zien in de vooroorlogse bossen, zoals op het landgoed De Vledderhof (1920-1940).
Drs. J. D. D. Hofman, uit kwartaalblad nr. 28, december 2000
