De Grove den is een echte pionier. Hij kan in kaal zand ontkiemen en groeit onder de meest extreme omstandigheden. Kou en hitte deren hem niet. Wel heeft hij ruimte en veel licht nodig. Na de laatste ijstijd was de den eeuwenlang één van de meest voorkomende boomsoorten op de droge zandgronden. Vanaf 7000 voor Christus werd het klimaat warmer en vochtiger, waardoor de naaldbossen in ons land langzamerhand werden verdrongen door loofbossen.
De natuurlijke grove dennenbossen zijn in ons land niet meer te vinden. Nu is loofbos het natuurlijke eindstadium van alle vegetaties op droge zandgrond. Elders in Europa komen natuurlijke dennenbossen nog vooral voor in regio's die ongeschikt zijn voor loofbos, zoals Noord-Europa en in de bergen. In de twintigste eeuw werd de Grove den massaal aangeplant om de vele zandverstuivingen te temmen. Ook werden er uitgestrekte dennenplantages aangelegd op voormalige heidevelden. Zo werd de Grove den opnieuw de meest algemene boomsoort in Drenthe.
Op diverse oude zandverstuivingen, zoals die van het Drouwenerzand en het Hijkerveld, hebben zich spontaan dennenbosjes ontwikkeld. Loofbomen waren niet in staat deze extreme plekken te koloniseren. De Grove den als rasechte pionier kon dat wel. Zo'n natuurlijk dennenbosje op zeer droge en voedselarme grond bestaat slechts tijdelijk. Vroeg of laat verandert elk dennenbos in een loofbos, tenzij de beheerder ingrijpt. In deze tijdelijke natuurlijke dennenbosjes valt relatief veel licht op de bodem zodat er veel soorten korstmossen, Kraaihei en Blauwe bosbes kunnen groeien.
Vliegdennen
Dennen die in hun jeugd veel ruimte krijgen ontwikkelen al dicht bij de grond grote zijtakken. Daardoor ontstaan fraai grillig gevormde bomen die ???vliegdennen??? worden genoemd. Een jonge den die in het bos opgroeit kan maar één ding doen: recht omhoog groeien. Voor het maken van lange zijtakken is geen ruimte. Een bosbouwer plant dennen met opzet dicht bij elkaar zodat ze geen lange zijtakken kunnen maken. Grote zijtakken zorgen voor grote noesten waardoor het hout minder waard wordt.

De den produceert als uitgesproken windbloeier zoveel stuifmeel dat menig wandelaar begin juni een dennenbos verlaat met een gele waas over zijn schoeisel. Hooikoortspatiënten kunnen in deze periode een dennenbos beter mijden. Vlakbij de onopvallende, roodgekleurde, vrouwelijke bloempjes bevinden zich de groene dennenappels van het jaar daarvoor. Dikwijls kan men ook de oude dennenappels van twee jaar geleden nog aan de tak ontdekken, omdat hij er 2 jaar over doet om rijpe zaden te maken. In het voorjaar kan men de rijpe appels horen openspringen. De gevleugelde zaden kunnen wel 2 kilometer door de wind worden verspreid.
Hout
Het hout van een den heet grenen. Hout afkomstig van sparren heet vurenhout. De den is nog steeds de meest voorkomende boom in Nederlandse bossen. Toch is het maar een matige houtleverancier. Dat is ook geen wonder omdat hij op voedselarme en extreme bodems is aangeplant. Vroeger werden de stammen van dennen ook voor scheepsmasten gebruikt. Vandaar de bijnaam mastboom. In de vorige eeuw ook als stuthout in de steenkolenmijnen. Na de sluiting van de mijnen kelderde de vraag naar dennenhout. Nu worden er niet vaak meer dennen geplant omdat men de voorkeur geeft aan snelgroeiende naaldbomen zoals de Douglasspar of aan inheemse houtsoorten zoals de eik.
Natuurwaarden
Met name de natuurlijk gevormde dennenbosjes staan op voedselarme plekken. Ze hebben hoge natuurwaarden. Een den op droge en arme grond kan alleen overleven door samen te werken met mycorrhyzapaddestoelen. Deze groep paddestoelen geeft de boom extra water en mineralen. In ruil daarvoor krijgt de paddestoel suikers. Er zijn maar liefst 67 mycorrhizapaddestoelen bekend die uitsluitend samenwerken met de den, zoals de Bruine ringboleet, Koeienboleet, Duivelsbroodrussula, en Appelrussula. Ook zijn vele paddestoelen gespecialiseerd in het consumeren van dennentakken of oude dennenstammen. De roze Dennenkorstzwam groeit alleen op pas afgestorven dennentakken die nog in de boom hangen. Ook zijn er paddestoelen die uitsluitend op dennenappels groeien, zoals de Oorlepelzwam.
Door voortschrijdende successie en door vermesting wordt het dennenbos steeds rijker aan voedingsstoffen waardoor met name veel mycorrhizapaddestoelen, die een exclusieve samenwerking met de den hebben, heel hard achteruit gaan. Algemene mycorrhizapaddestoelen die met allerlei bomen samenwerken, zoals de Geelwitte russula en de Krulzoom, komen daarvoor in de plaats. Kortom: zeldzame soorten worden nog zeldzamer en algemene soorten worden nog algemener. De beheerder van dit soort voedselarme milieus staat steeds voor vaker voor de vraag 'Hoe zaai ik armoe zodat ik rijkdom kan oogsten?'
Geert de Vries, uit kwartaalblad nr. 48, december 2005
