Ze staan er weer. In hun subtiele schoonheid, als een late sneeuwrest op de bosbodem met duizenden witte bloemsterretjes die het voorjaar aankondigen: Bosanemonen. Samen met hun onvermijdelijke, gele bondgenoot en familielid Speenkruid. Een onweerstaanbare pracht waarvan je maar kort kunt genieten.

Vooral in loofbossen kunnen we in het voorjaar genieten van allerlei planten die groeien, bloeien en vruchtzetten, voordat de bomen in blad komen en met hun gesloten loofdak maar weinig licht tot de bodem door laten dringen.Voor de lichtminnaars is er dus maar een heel korte periode om hun hele groeicyclus succesvol af te ronden. Ze zijn er op voorbereid met ondergrondse wortelstokken, knollen of bollen, waarin ze in het vorige voorjaar al reservestoffen hebben opgeslagen. Na de winter gaan ze van daaruit meteen aan de groei, zonder eerst langzaam uit een zaadje te hoeven kiemen.
Loofbossen
Anemone nemorosa is t'ie ooit door Linnaeus gedoopt. Nemorosus betekent 'bosbewonend', een logische naam dus. We vinden hem in oudere vochtige loofbossen met een lekkere, rulle strooisellaag, maar ook wel in wat drogere beekdalgraslanden en langs sloten en bermen. Vaak wordt gedacht dat daar dan ooit wel bos zal hebben gestaan en dat de Bosanemoon daaraan de herinnering is. Toch is het waarschijnlijker dat het een bepaalde combinatie van voedings- en vochttoestand is en het ontbreken van andere vroege snelle groeiers, dat de Bosanemoon ook in die biotopen buiten het bos soms een plaats heeft weten te vinden. Dit laatste treffen we vooral aan in Noord Drenthe, waar potklei en keileem ondiep voorkomen.
Stinsenflora
Niet verwonderlijk is dat de Bosanemoon geliefd is in tuinen en parken; met name in landgoederen is hij veel aangeplant en verwilderd, net als diverse andere soorten. Soms vond men de natuurlijke vorm nog niet mooi genoeg en werden er planten met grotere of gevulde bloemen ontwikkeld. Zo kennen we ook van de Bosanemoon een 'dubbelbloemige' cultuurvariant, 'Vestal' genoemd, waarbij de meeldraden zijn veranderd in kleine bloemblaadjes.
De hele bonte verzameling van verwilderde planten in landgoederen wordt wel aangeduid als 'stinsenflora'. Diverse bolgewasjes maken er steevast deel van uit. We vinden dit fenomeen vooral in Noord Drenthe en in de landgoederen langs de Reest. Een wandeling waard!
Wortelstok
Bosanemonen zie je alleen van eind maart tot begin mei. Zodra er geen zonlicht meer op de bodem valt, zijn de bloemen uitgebloeid en verwelken de blaadjes. Ze hebben hun werk gedaan. De voor de groei 'leeggezogen' wortelstok is door de blaadjes weer volgepompt met voedingsstoffen, die het volgende voorjaar weer voor nieuwe groei en bloei moeten zorgen.
Uit de wortelstok worden de bloemstelen ontwikkeld. Elke steel met maar één bloem en op tweederde van de hoogte een kransje van drie stengelbladen. Daarnaast ontspruit er ook blad zonder bloem rechtstreeks uit de wortelstok.
De bloem telt zes witte blaadjes, vaak aan de buitenkant wat rood of paars aangelopen. Er zijn geen groene kelkblaadjes en daarom spreken we van 'bloemdekblaadjes'.
Het langzaam uitdijende wortelstokstelsel is plaatselijk zo dicht dat de Bosanemoon uitgebreide witte tapijten op de bosbodem kan vormen.
Watervrees
Net als enkele andere vroege voorjaarsbloeiers, als Speenkruid en Witte klaverzuring, beschermt de tere Bosanemoon zich tegen barre weersomstandigheden. Bij regenachtig weer, maar ook 's nachts, sluiten de bloemen zich en kromt de bloemsteel zich naar beneden. Hij laat zijn kopje hangen. Als het weer droog en licht wordt, strekken de stelen zich weer en gaan de bloemen weer open, gericht naar het licht.
Verspreiding
Van de verspreiding door zaad is feitelijk niets bekend. Waarschijnlijk stelt het niet veel voor, want van nieuwe vestigingen is nauwelijks sprake. Groei van de wortelstok zorgt voor trage locale uitbreiding. Grote afstanden kunnen zo niet worden overbrugd. De bestaande groeiplaatsen zijn te beschouwen als geïsoleerde populaties. Nieuw ontstane geschikte locaties worden niet 'vanzelf' door Bosanemonen bezet, ook al gaat het om inmiddels oude loofbossen.
De bestaande locaties moeten we dus koesteren. Genoemd zijn al de rijke voorkomens in Noord Drenthe en op landgoederen; daarbuiten komt de Bosanemoon slechts verspreid op het zanddeel van Drenthe voor, maar gelukkig wel op enkele tientallen plaatsen.
De belangrijkste bedreigingen zijn ontwatering, verzuring en vermesting. De soort kan dan door de ontwikkeling van grassen, bramen en Adelaarsvaren definitief worden verdrongen.
Bosanemonen vind je in meerdere reservaten van 'Het Drentse Landschap', maar vooral in De Kleibosch, Gastersche Holt, Landgoed Rheebruggen en Landgoed De Havixhorst zijn ze in grote getale te bewonderen.
Drs. J.D.D. Hofman, uit kwartaalblad nr.45, maart 2005
