Een van de opvallendste dieren langs de Drentse beken is ongetwijfeld de Weidebeekjuffer. Van mei tot in september voeren de in spetterend blauw getooide mannetjes hun strijd om het bestaan langs de waterkant. Dankzij verbetering van de waterkwaliteit is dit spektakel de laatste jaren weer vaker waar te nemen.
Vlagvertoon

Weidebeekjuffer Jaap de Vries
Larven van Weidebeekjuffers overleven alleen in helder stromend, zuurstofrijk water. Beekjufferlarven zijn te herkennen aan de opvallend grote kieuwen aan het achterlijf. De vinvormige kieuwen zorgen behalve voor de ademhaling ook voor een krachtige voortbeweging, erg handig bij een leven in snelstromend water.
Volwassen beekjuffers gaan zelden ver van de beek vandaan. Elke zichzelf respecterende beekjufferman zal proberen een klein koninkrijkje te stichten langs de oever van de stroom. Met veel blauw vlagvertoon wordt het privédomein, vaak niet groter dan enkele meters, afgebakend. Rivaliserende kerels worden in een flitsende bliksemaanval verjaagd. Beekjuffervrouwtjes missen de felle kleuren. Ze hebben geen blauwe signaalvlekken op de vleugels. Hun lichaam is meer groen van kleur waardoor ze minder opvallen. Vaak rusten ze op grotere afstand van het water, verborgen in de begroeiing. Mannelijke juffers proberen een vrouwtje te lokken met een kleurige voorstelling. Dit gebeurt zowel uitbundig fladderend als met subtiele vleugelsignalen vanaf een zonbeschenen rietstengel langs het water. Een beekjuffervrouw moet wel erg sterk aan haar vleugels hangen om hier niet voor te vallen. Zodra ze dicht genoeg in de buurt komt, grijpt hij zijn kans.
Ingewikkeld standje
Wie ooit parende beekjuffers heeft ontmoet, snapt meestal niet direct hoe dit in elkaar steekt. Weidebeekjuffers doen 'het' wel heel erg ingewikkeld. Alsof ze een cursus Kama Sutra voor gevorderden achter de rug hebben. Voorafgaand aan de paring grijpt het mannetje het vrouwtje met zijn achterlijfaanhangsels bij de nek. Toegegeven, dit klinkt niet erg elegant maar het werkt wel erg effectief. Zolang het mannetje zijn eega op deze manier vast heeft, hebben rivalen geen schijn van kans meer. Deze houdgreep, iets subtieler 'tandem' genoemd, houdt stand tot ver na de paring. Als het even meezit tot na de ei-afzet. In de tandem is het mannelijke voortplantingsorgaan in zijn achterlijf onbereikbaar voor het vrouwtje. Van tevoren heeft hij zijn sperma dan ook van zijn achterlijf overgebracht naar zijn borststuk. Veilig opgeborgen in een soort extra voortplantingsorgaan. In de tandemfase beweegt het vrouwtje haar achteruiteinde naar de onderzijde van zijn borststuk. Er ontstaat een paringswiel waarbij de eigenlijke paring plaatsvindt. Na de paring blijft de tandem intact. Gezamenlijk gaat het paartje de lucht in op zoek naar de beste plekjes voor de afzet van de eitjes. De eitjes worden afgezet op waterplanten onder de waterspiegel. Het is niet ongebruikelijk dat het paar hierbij, nog altijd in tandem, volledig onder water verdwijnt. Een tijdelijke terugkeer naar de wereld van hun jeugd die met gemak vele minuten kan duren. Hierbij trotseren ze gezamenlijk de gevaarlijke stroming en roofzuchtige vissenbekken. Als de ei-afzet voltooid is wordt de band verbroken. De dieren gaan beiden hun eigen weg. Als in het najaar de laatste beekjuffer sterft, zitten hun larven verstopt tussen de planten en stenen op de bodem van de beek. Volgend jaar zijn zij aan de beurt.
Bertil Zoer, uit kwartaalblad nr. 29, maart 2001
