Het Drentse Landschap
Vleermuizen

In Drenthe komen tien soorten vleermuizen voor. De Gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende soort. Dwergvleermuizen wonen graag in huizen. Hun kraamkolonies, die soms wel uit enkele honderden dieren bestaan, bevinden zich in spouwmuren of onder de daken. Vaak delen mensen al jaren hun huis met een kolonie dwergjes zonder dat ze er iets van merken. Op mooie zomeravonden jagen deze ukkies onder de vleermuizen snel fladderend op muggen boven de stadstuintjes.

De Ruige dwergvleermuis is het meer ongeciviliseerde neefje van de Gewone dwergvleermuis. Ruige dwergvleermuizen wonen liever in holle bomen en zijn vooral aan te treffen in wat oudere bossen en parken.  
Rosse vleermuizen en Laatvliegers zijn voorbeelden van grotere soorten.  Deze dieren zijn in staat om grotere prooien zoals kevers en vlinders te vangen. In deze tijd van het jaar zijn ze jagend waar te nemen op plaatsen waar veel meikevers voorkomen. De grote kevers worden in volle vlucht gegrepen en vliegend verorberd. Vaak is te horen hoe de kevers tussen de kaken van de vleermuizen worden gekraakt. Vervolgens is te zien hoe de moeilijk te verteren dekschilden als herfstblaadjes naar beneden komen dwarrelen.  Grootoorvleermuizen zoeken in boomkruinen naar kruipende insecten, rupsen en spinnen. Andere soorten zoals Watervleermuizen, Meervleermuizen en Franjestaarten jagen graag vlak boven het wateroppervlak van vijvers en vennen.

Kijken met je oren

Vleermuizen zijn echte buitenbeentjes onder de zoogdieren. Hun vliegkunst kan met gemak wedijveren met die van de vogels. Vleermuizenvleugels bestaan uit een grote lap spaarzaam behaarde huid. Zowel de voor- als achterpoten liggen ingebed in de vlieghuid. Het grootste deel van de vleugel bestaat feitelijk uit de handen van de vleermuis. Vleermuizen vliegen met hun handen.  De vingers zijn uitzonderlijk lang uitgegroeid en zorgen voor de stevigheid en beweeglijkheid van de vleugels. Alleen de duim is kort gebleven en niet in de vlieghuid opgenomen. De vleermuis gebruikt zijn duimen bij het lopen en klimmen. Van de achterpootjes steken alleen de voetjes als kleine klauwtjes uit de vlieghuid. Met deze voetjes grijpen vleermuizen zich vast aan muren en takken. Ook worden de klauwen gebruikt om prooidieren te pakken. Vooral vleermuizen die hun prooien van het wateroppervlak pakken gebruiken hierbij vaak hun tenen.
Het gezichtsvermogen van vleermuizen is maar matig ontwikkeld. Dat een vleermuis toch in staat is om zonder ongelukken in het holst van de nacht met een aardig vaartje door een bos te vliegen is vooral te danken aan zijn oren. Een vleermuis op patrouille zendt om de paar milliseconden een, voor ons onhoorbaar, piepsignaaltje uit. Met de echo die dat geluidje oplevert, vormt de vleermuis zich een beeld van zijn omgeving. Het beeld dat zich in het koppie van de vleermuis vormt, doet waarschijnlijk nauwelijks onder van wat wij met onze ogen bij daglicht zien. Vleermuizen zien met hun oren. Als een hongerige vleermuis met zijn echo-oriëntatie een vliegend insect waarneemt gaat hij versneld piepjes uitzenden. Uit de echo van enkele opeenvolgende piepjes meet de vleermuis razendsnel hoe groot het insect is, welke richting hij opvliegt en met welke snelheid. Het lot van het insect is bezegeld voordat het dier beseft wat hem overkomt.
Toch zijn niet alle insecten machteloos tegen het geheime echo-wapen van de vleermuis. Veel nachtvlinders zijn voorzien van zachte haren die de peilsignaaltjes van de vleermuis vrijwel zonder echo weten te absorberen. Met een beetje geluk worden ze niet waargenomen door een voorbijvliegende vleermuis. Ook zijn er insecten die de geluiden van vleermuizen kunnen waarnemen, waardoor ze tegenmaatregelen kunnen nemen. Bijvoorbeeld door zich tijdig te laten neerstorten. Andere insecten zijn in staat om als een soort stoorzender geluiden uit te zenden waarmee de vleermuis in de war gebracht wordt. Enkele vleermuissoorten, zoals de Grootoorvleermuis hebben daar weer een antwoord op door te werken met hele zachte fluistersonar. Een insect merkt in dat geval pas dat het belaagd wordt, als de kaken van de vleermuis zich al om hem heen sluiten. Om met zo'n zachte sonar te kunnen werken heeft de vleermuis uitzonderlijk grote oren nodig. Kortom, ook wat de vleermuizen betreft heeft de evolutie weer verdacht veel weg van een ordinaire wapenwedloop.