In kletsnatte graslanden en heidevelden kun je de Moerassprinkhaan tegenkomen. Het is een van de grotere en vooral kleurrijkste sprinkhanen die je in Nederland kunt aantreffen. Een moerasbewoner bij uitstek die het dankzij de doorgeschoten drooglegging van Nederland tot Rode-lijstsoort met de status 'kwetsbaar' heeft weten te schoppen. Ondanks zijn fleurige uiterlijk en relatief forse formaat zijn er maar weinig mensen die het dier eens van dichtbij hebben bekeken. Daar moet je dan ook wel wat moeite voor doen. De dieren houden zich goed verborgen in hoog ruig grasland in niet altijd even makkelijk toegankelijk drassig gebied. De dieren zijn het eenvoudigst op te sporen door te letten op het geluid. Een geluid dat sterk doet denken, en ook wel eens verward wordt met, het tikken van een schrikdraad rond een weiland. Wie eens zo''n kleurrijke moerasspringer wil bekijken kan het beste op dit geluid af lopen. Wanneer ze voor je voeten wegvliegen zijn ze te herkennen aan hun opvallend signaal-rood gekleurde dijen.

Moerassprinkhaan Jaap de Vries
Hoewel een volwassen beest ook aardig in droge gebieden weet te overleven is het toch een uitgesproken moerasdier. Het zijn dan ook juist de eitjes en de eerste levensfasen, bij sprinkhanen spreken we van nimfen, die niet zonder de nattigheid kunnen. Voor de eitjes, die in pakketjes op de bodem afgezet worden, is het niet gauw te nat. Zelfs een overstroming van vele weken wordt moeiteloos overleefd. De eitjes hebben juist bijzonder veel vocht nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Bij droogte stopt de groei. Bij uitzonderlijke droogte kan de ontwikkeling zelfs een jaartje uitgesteld worden. Maar dan moet het toch echt weer een keertje kletsnat worden om afsterven te voorkomen. Ook de nimfen ontwikkelen zich alleen goed in een natte omgeving. Na vijf vervellingen is een nimf uitgegroeid tot een volwassen sprinkhaan. Alle kleurtjes zitten er op, de vleugels en springpoten werken en het dier kan van zich laten horen. Het echte leven kan beginnen. De dieren gaan op zoek naar een partner, waarbij de communicatie ondersteund wordt door hun tikkende signaal. Het geluid wordt gefabriceerd door hard naar achteren te schoppen. De poten raken hierbij de vleugels wat de tik veroorzaakt. Het zijn vooral de mannetjes die dit kunstje graag vertonen. Volgroeide dieren zijn vanaf begin juli tot voorbij augustus aan te treffen. Daarna volgt onherroepelijk de laatste sprong. Als alles naar wens verliep hebben de dieren dan al lang hun eitjes afgezet in de strooisellaag tussen de grassen. De eitjes hebben de toekomst en de volwassen dieren zullen spoedig sterven. Vaak dienen ze daarbij nog wel als voedzaam hapje voor allerlei andere moerasbewoners. Ooievaars bijvoorbeeld. Die lusten er wel pap van.
Leefomgeving
Moerassprinkhanen eten allerlei soorten grassen, riet en zeggen. Zowel in zeiknatte heidevelden met veel Pijpenstrootje als in meer voedselrijk riet- en zeggenmoeras komen de dieren goed aan de kost. Een groot nat heideveld zoals het Doldersummerveld herbergt een stevige populatie. Maar ook in de natte hooilanden, op diverse plekken langs de Reest, zoals het Schrapveen, komt de soort veel voor. Zelfs op de heide van De Wildenberg zijn vaak Moerassprinkhanen te treffen. Hoewel dit terrein wat aan de droge kant is, lijkt het vooral in de nazomer tijdelijk veel dieren aan te trekken als ze op de vlucht zijn voor de maaimachines in nabijgelegen hooilanden langs de Reest. De soort plant zich er waarschijnlijk niet voort, maar doet dit wel in het iets verderop gelegen veel nattere Nolderveld.
Vorig jaar werden Moerassprinkhanen ontdekt op de ijsbaan tussen Spier en Wijster. Deze ijsbaan is eigendom van 'Het Drentse Landschap'. Doordat het water na de ijspret lang blijft staan, is hier in het zomerhalfjaar een bijzonder fraai moeraswereldje te bewonderen. Er groeit veel Moerasviooltje en Wateraardbei en er leven massa's libellen, kikkers en salamanders. Ook de Moerassprinkhaan lijkt het hier prima naar de zin te hebben en komt er veel voor. De ijsbaan vormt samen met enkele nabijgelegen vennetjes één leefgebied, waarbij de dieren waarschijnlijk ook af en toe uitwisselen met het verderop gelegen Dwingelderveld.
Zonnige toekomst
Geen enkele moerasbewoner, variërend van Ooievaar tot Boomkikker, heeft het makkelijk in modern Nederland. Drooglegging en te intensief graslandgebruik hebben ook de Moerassprinkhaan verbannen uit grote delen van het ooit zo natte Drenthe. Gelukkig lijkt het tij voor deze kleurrijke springer wat te keren. Realisering van natuurontwikkeling en meer waterberging langs Drentse beken staat tegenwoordig goed in de belangstelling. Naar verwachting zal de soort hier volop van profiteren. Gelukkig zijn de dieren goede vliegers waardoor kolonisatie van nieuwe natte natuur goed mogelijk lijkt. Incidentele waarnemingen van Moerassprinkhanen tot enkele kilometers buiten de bekende voortplantingsplekken stemmen hoopvol. In de kersverse moerasnatuur langs de Hunze is de soort tot op heden nog niet gesignaleerd. Wel hebben de dieren weten te overleven in de oeverlanden van het Zuidlaardermeer. Het lijkt, voor wat betreft de Hunze, alleen nog maar een kwestie van tijd. Blijf dus alert op getik uit het moeras, maar laat je niet in de maling nemen door het schrikdraad.
Bertil Zoer, uit kwartaalblad nr.42, maart 2004
