Het Drentse Landschap
Libellen

Het uitgestrekte Hijkerveld met zijn vele voedselarme vennen behoort tot de best bewaarde heidevelden van Drenthe. Hier leven vele diersoorten die een voorkeur hebben voor voedselarme milieus, zoals de Tapuit, Boomleeuwerik, Geoorde fuut en Dodaars. Ronduit spectaculair zijn de honderden Adders en duizenden Heikikkers. Ook voor diverse soorten vlinders van de hei, zoals de Kommavlinder en het Groentje, is het terrein een belangrijk toevluchtsoord. Veel libellen vinden het Hijkerveld een waar eldorado. Van de vijftig soorten libellen die in Drenthe zijn waargenomen, zijn er maar liefst 31 soorten in dit gebied gezien.

  Grote keizerlibel Geert de Vries

Libellen zijn in twee hoofdgroepen te verdelen. De ene groep behoort tot de zogeheten 'gelijkvleugeligen' ook wel juffers genoemd. Alle soorten uit deze groep hebben 4 gelijkgevormde vleu-gels die op steeltjes staan. In rusttoestand worden de vleugels tegen elkaar gehouden. De familie van de waterjuffers behoort tot deze groep. De andere groep behoort tot de 'ongelijkvleugeligen'. Dit worden ook wel echte libellen genoemd. Bij deze groep zijn de voorvleugels anders van vorm dan de achtervleugels. In rust houden ze de vleugels gespreid.
Libellen eten insecten die ze tijdens adembenemende stuntvluchten weten te vangen. De meeste soorten en hoogste aantallen libellen zijn in de zomermaanden te zien. Langs de waterkant kan men dan wel 10 verschillende soorten ontdekken. Een zoektocht naar libellen levert in de voorzomer andere soorten op dan in de nazomer. In de voorzomer vliegen bijvoorbeeld de Vuurjuffer en de Smaragdlibel. De verschillende soorten heidelibellen en pantserjuffers zijn in de nazomer nog te bewonderen. Dikwijls kan men aan de voedselrijkdom van het water al een inschatting maken welke libellen daar vliegen. Zo vertoeven de Variabele waterjuffer en de grote Roodoogjuffer bij voedselrijk water. De Koraaljuffer en Venglazenmaker prefereren voedselarm water met veenmos.

Levensomstandigheden

Op het Hijkerveld leven vooral libellen die een voorkeur hebben voor vennen. Elke libel stelt weer zijn eigen eisen aan een ven. Zo zijn de eieren van de verschillende soorten heidelibellen goed bestand tegen droog-te. Als een ven droog komt te staan, vliegen vele waterroofkevers weg en gaan visjes, zoals de Tiendoornige stekelbaars, dood. Wanneer zo'n ven zich weer met water vult, hebben de dan uit het ei kruipende larven van heidelibellen veel minder kans om opgevreten te worden. De verschillende soorten pantserjuffers en glazenmakers leggen hun eieren in dood plantenmateriaal. Vennen met planten zoals Veenpluis en Pitrus zijn voor die soorten dan ook van levensbelang.
De Houtpantserjuffer kan haar eieren alleen maar kwijt op boomtakken die boven het water hangen. De uit hun ei kruipende jongen springen van een tak zo pardoes het water in. Er zijn ook soorten die een ven vol met veenmos verlangen, zoals de Venglazenmaker. Voor alle soorten geldt dat er voldoende planten langs de oever moeten staan om te kunnen uitsluipen. Gelukkig is de variatie in vennen op het Hijkerveld zo groot dat bijna alle kenmerkende libellensoorten van voedselarme vennen hier nog voorkomen, zoals de Maanwaterjuffer, Koraaljuffer, Tengere pantserjuffer, Bloedrode heidelibel, Smaragdlibel, Noordse witsnuitlibel en de Venwitsnuitlibel. De Tengere pantserjuffer, Koraaljuffer en Maanwaterjuffer zijn soorten die elders in Nederland niet veel voorkomen. Op het Hijkerveld vliegen ze gelukkig nog in grote aantallen rond.

Uitsluipen

Een libel legt gemiddeld zo'n 500 eieren. Sommige soorten zoals de Viervleklibel leggen wel meer dan 2000 eieren. Van al die honderden larven halen slechts enkelingen het voortplantingsstadium. Voor menig predator, zoals de Dodaars en de Geoorde fuut, zijn de relatief langzaam zwemmende larven een belangrijke eiwitbron. Ook verdwijnen grote hoeveelheden jonge larven in de maag van de larven van grote libellensoorten, zoals de Paardenbijter en Keizerlibel. Daarnaast zijn larven 's ochtends als ze uitsluipen een interessante voedselbron voor onder meer spitsmuizen, meeuwen en steltlopers.
Een libel brengt zijn jeugd door in het water. Vanaf het moment dat hij uit zijn ei kruipt gaat hij na elke vervelling iets meer op zijn ouders lijken. Larven van juffers leven hooguit 1 jaar in het water. Larven van de echte libellen verblijven er soms wel 3 jaar. Na minstens 10 keer verveld te zijn, kruipt de larf  's ochtends vroeg uit het water en klimt in bijvoorbeeld een pol Pitrus of Pijpenstro. Het larvenhuidje scheurt open en de libel komt te voorschijn. Dit heet uitsluipen.