Het Drentse Landschap
Heivlinder

Het gaat niet zo best met de Heivlinder. Zijn leefgebieden worden steeds kleiner en raken meer versnipperd. Alleen in natuurreservaten zijn er nog kansen om dit buitengewoon fraaie vlindertje een duurzaam bestaan te bieden. Hoe dit beestje leeft, is een boeiende illustratie van hoe subtiel de relaties in de natuur in elkaar zitten, maar confronteert ons ook met de kwetsbaarheid van deze soort en zijn leefmilieu.

De Heivlinder is een bedreigde vlindersoort die in Drenthe gelukkig nog veel voorkomt. Dit fraai gecamoufleerd zandoogje woont het liefst in oude zand-verstuivingen waar tussen de hei ook kale plekjes te vinden zijn. Vlinders zijn namelijk koudbloedig, hetgeen betekent dat hun lichaamstemperatuur afhankelijk is van de buitentemperatuur. Een kaal zandgebied is daarom voor de Heivlinder geen geschikt leefgebied. Op hete zomerdagen is het daar niet uit te houden. Ook een volledig met gras of hei dichtgegroeide zandverstuiving is ongeschikt, omdat daar geen kale plekken zijn waar de vlinder zich kan opwarmen. Verdwijnen de kale plekjes tussen de hei dan verdwijnt ook de Heivlinder.

De eerste Heivlinders zijn halverwege de maand juli op de hei te zien. Het merendeel kruipt in augustus uit de pop. Heivlinders leven als vlinder ongeveer een maand. In dat korte leven proberen de mannetjes meerdere vrouwtjes te bevruchten. Een vrouwtje paart maar met één mannetje. Ze legt zo'n 150 eitjes. Daar trekt ze ongeveer vijf dagen voor uit. Al na tien dagen kruipen de rupsen uit hun ei; ze beginnen dan meteen te eten. De rupsen verpoppen zich pas na 10 (!) maanden. Ze maken een holletje in het zand onder een graspol en bekleden dat met zijdespinsel. De pop heeft zo geen last van de zon die in de zomer het zand soms genadeloos kan verhitten. Na een maand kruipt de Heivlinder uit zijn pop.

Balts

Het mannetje heeft op de hei een territorium. Daar wacht hij op langsvliegende vrouwtjes. Heivlinders zien slecht; alles wat maar beweegt en enigszins op een vlinder lijkt, ziet hij aan voor een vrouwtje. Het is komisch te zien hoe een Heivlinder verwachtingsvol op een dwarrelend berkenblaadje kan afduiken. Als er een vrouwtje zijn territorium doorkruist, nodigt hij haar uit op een dansvloertje dat bestaat uit een kaal plekje. Als het vrouwtje ook verkering zoekt, kijkt ze belangstellend hoe het mannetje haar met uitnodigende danspasjes benadert. Eenmaal oog in oog wappert hij met zijn vleugels een lekker geurtje in haar richting. Vervolgens draait het mannetje fraaie kringetjes met zijn voelsprieten. Is het vrouwtje parings-bereid dan stopt ze haar voelsprieten tussen de voorvleugels van het mannetje. Dat schijnt zo opwindend te zijn dat de paring er snel op volgt. Zo'n paring varieert van drie kwartier tot twee uur. Wanneer ze tijdens de paring gestoord worden, vliegt het vrouwtje op. Haar ega  kan tijdens de paring het vrouwtje niet loslaten en bungelt er tijdens zo'n vliegtocht maar een beetje verloren bij.