Het Drentse Landschap
Heikikker

Iedereen kan wel een top vijf samenstellen van dieren die het lentegevoel het sterkste opwekken. Wie de subtiele paringsroep van de Heikikker eenmaal heeft gehoord, zal dit fenomeen ongetwijfeld aan de top vijf van zijn fraaiste lenteboden toevoegen. De Heikikker doet in Drenthe zijn naam eer aan. Hij is hier vooral op de hei en in het hoogveen te vinden, maar ook in laagveengebieden kun je hem aantreffen. Voorwaarde is dat er veen in zijn biotoop aanwezig is. De Duitsers noemen hem dan ook heel treffend 'moeras-kikker'.

De Heikikker lijkt veel op de Bruine kikker. Hij heeft echter een spitsere snuit en meestal een brede lichtgekleurde streep over zijn rug. Het belangrijkste verschil tussen de beide kikkers is een knobbel op een teen van de achterpoot. Deze knobbel is bij de Heikikker veel dikker dan bij de Bruine kikker. Zo'n knobbel is handig bij het graven van een kuiltje voor zijn winterverblijf. Heikikkers overwinteren namelijk op het land en niet in het water.

Drie woningen

De Heikikker verhuist jaarlijks naar drie verschillende woon-gebieden. Eind maart kruipen ze uit hun zelf gegraven winterholletje dat zo'n dertig centimeter diep is. Een deel overwintert onder dood hout. De plek moet wel vorstvrij zijn. Vanuit het winterverblijf gaan ze bij voorkeur naar voortplantingswateren waar geen vis in zit. Vennen zijn favoriet.
Na enkele weken verlaten de Heikikkers het water en gaan ze naar hun zomerverblijf dat bestaat uit een vochtige begroeiing van hei of gras. Daar eten ze zowel overdag als 's nachts kleine torren, wantsen, mieren en spinnen. Het zomerverblijf is meestal niet meer dan 500 meter verwijderd van de voortplantingsplek. In oktober zoeken ze hun winterverblijf weer op.

Voortplanting

 

Parende heikikkers Edo van Uchelen

Eind maart worden de mannetjes wakker en gaan meteen naar het water. Veel mannetjes krijgen dan voor korte tijd een fraai blauw bruiloftskleed. Vooral in de avonduren laten de mannetjes in koor hun zachte paringsroep horen. Het is een borrelend geluid dat klinkt als een fles die onder water wordt gehouden en waaruit lucht ontsnapt. Na enkele dagen komen de vrouwtjes op deze 'borrelpraat' af. Zodra het vrouwtje het water induikt, komen vele mannen op haar af. Tijdens de paring omklemt een mannetje het vrouwtje en strooit zijn sperma over de eitjes uit (uitwendige bevruchting). Nadat het vrouwtje zo'n tweeduizend eitjes heeft afgezet, verlaat ze het water om pas het volgende jaar weer voor slechts een paar dagen het water in te duiken. De mannetjes blijven enkele weken langer in het water in de hoop nog meer vrouwtjes te kunnen bevruchten.