Twee gezinnen maken een heidewandeling. Na afloop heeft het ene gezin zin in patat met een hamburger. Zo'n gezin kan overal terecht en zit in een mum van tijd aan de maaltijd.
Het andere gezin heeft veel meer moeite om een geschikte plek te vinden omdat een van de kinderen in rolstoel zit en daardoor niet overal kan komen. Bovendien wil pa een rustig restaurant, ma een vegetarische loempia en voor de kinderen moet er een speeltuin bij zijn.
Zo is het ook met vlinders: er zijn soorten die weinig eisen stellen er overal voorkomen, zoals koolwitjes. Er zijn echter ook vlinders die veel eisen stellen waardoor ze maar op weinig plekken voorkomen, zoals het heideblauwtje.
Even voorstellen
Er zijn een heleboel soorten blauwtjes. In Drenthe zijn maar twee blauwtjes algemeen: het boomblauwtje en het heideblauwtje. Zie in april en mei in de tuin of op de hei een blauw vlindertje dan kun je vertellen dat het een boomblauwtje is. Iedereen zal verbaasd staan van je kennis. Toch is het niet zo moeilijk.... het is het enige blauwtje dat in het voorjaar vliegt. Fiets je in de zomer over de hei en zie enkele blauwe vlindertjes bij elkaar, vertel je metgezellen dan met een deskundige blik in je ogen dat het heideblauwtjes zijn. Dat is in Drenthe het enige blauwtje dat in kolonies leeft. Je kunt er dan ook nog even bij vermelden dat het mannetjes zijn, want de vrouwtjes van het heideblauwtje zijn bruin.
Een jaarrond
Wanneer het vrouwtje haar eitjes in juli heeft gelegd gaat ze dood. (dat is bij alle vlindersoorten zo) De eitjes blijven de hele winter aan een heidetakje zitten. In april komt de rups uit. Pas na drie maanden heeft de rups genoeg heide gegeten om zich te kunnen verpoppen. Na drie weken komt er een heide-blauwtje uit. De meeste heideblauwtjes vliegen in juni of juli.Gemiddeld leeft een heideblauwtje tien dagen.
Veel eisen aan het woongebied
Heideblauwtjes wonen in Nederland op heidevelden. Ze komen lang niet op elk heideveld voor, omdat ze hoge eisen aan hun woongebied stellen.
*Dophei als nectarplant.
In juni moet er veel dopheide bloeien, want heideblauwtjes drinken veel nectar. Struikheide geeft ook veel nectar. Maar die bloeit pas in augustus. Dan zijn de meeste heideblauw-tjes al dood. Nectar dient als brandstof.
Het vrouwtje heeft ook veel nectar nodig voor de ontwikkeling van zo'n honderd eitjes.
*Struikheide als voedselplant.
De meeste eitjes worden gelegd op struikheide. Niet zo maar een heidepol, maar bij voorkeur een plant tussen de tien en vijftien jaar oud. Daar zit voor de rups het meeste voedsel in.Het vrouwtje proeft voor alle zekerheid nog even met haar pootjes of er voldoende voedsel in de blaadjes zit. Wanneer ze dit heeft vastgesteld kijkt ze of er wel kale plekjes zijn bij de heidepol. Een heideveld moet gemiddeld voor een kwart onbegroeid zijn. Pas als dit allemaal in orde is, kan ze haar ei kwijt.
*Pijpestro als slaapplaats.
Heideblauwtjes leven in kolonies.Tegen de avond gaan ze bij elkaar slapen, bij voorkeur in pollen pijpestro. Soms met wel twintig in een pol.
Heideblauwtjes hebben niet genoeg aan een dopheideveldje, een struikheideveldje en grasveldje. Nee, alles moet ook nog eens op een afwisselende manier door elkaar heen staan.
Ook moet dit allemaal dicht bij elkaar liggen, want het heideblauwtje is een slechte vlieger.
Samenleven met mieren
Een deel van de heideblauwtjes zorgt ervoor dat hun rupsen in een mierennest opgroeien. Het moet persé een wegmier zijn.
Toekomst
Het heideblauwtje stelt hoge eisen aan zijn woongebied. Het is een kwetsbare vlinder die de laatste jaren hard achteruit gaat. Door ontwatering zijn veel dopheide veranderd in pijpestrovlaktes.
Door de zure regen is veel struikheide verstikt door een gras. (bochtige smele) Ook zijn veel kale plekjes dichtgegroeid met gras. De natuurbeschermers doen hard hun best om ervoor te zorgen dat het heideblauwtje zich in Drenthe thuis blijft voelen. Het heideblauwtje is een zeer karakteristieke vlinder voor Drenthe. Het is een echte Drent.
Geert de Vries, uit kwartaalblad nr. 22, juni 1999
