Op 18 juni 1939 liep een twaalfjarige jongen op blote voeten door een heideveld in de buurt van Assen. Plotseling werd hij door een Adder gebeten in zijn grote teen. Hij durfde dit thuis niet te vertellen, omdat hij bang was dat hij anders over enkele dagen niet mee zou mogen met een schoolreisje. Helaas, negen dagen na de adderbeet is hij overleden. Toch gebeurt het maar zelden dat een adderbeet dodelijk is. De afgelopen honderd jaar zijn in Drenthe drie mensen overleden aan een adderbeet. Het aantal mensen dat sterft door bijvoorbeeld een wespensteek is vele malen hoger.
Adder, Edo van Uchelen
Even voorstellen...
In Drenthe komen drie soorten slangen voor: de Ringslang, de Gladde slang en de Adder. Adders hebben een duidelijke zigzag tekening op hun rug. Bij vrouwtjes is die bruin en bij mannetjes zwart. De Adder is de enige gifslang. In het voorjaar heb je de meeste kans om Adders te zien. Je hoeft dan niet te fluisteren, want Adders zijn doof. Wel kunnen ze iemand voelen aan komen door trillingen in de grond. Ruiken doen ze met hun tong.
De Adder is een bedreigde diersoort. In steeds meer gebieden verdwijnt hij. Er is echter geen provincie waar zoveel Adders voorkomen als in Drenthe. Dat zijn er nog enkele duizenden. Ze komen voor op heidevelden en in hoogveengebieden, zoals het Hijkerveld en het Doldersummerveld.
Drie woongebieden
Adders wonen gedurende het jaar op drie verschillende plekken. In september zoeken de Adders een vorst-vrije en droge plek op onder de grond, bijvoorbeeld een oud konijnenhol of onder boomwortels. Daar gaan ze dan een half jaar slapen. Soms met een heleboel bij elkaar.
In maart en april worden de Adders wakker en verlaten ze hun winterverblijf. Ze gaan op zoek naar een 'terras op zonzijde'. Zo'n zonnige plek kan jaren achter elkaar gebruikt worden. Het duurt enkele weken voordat ze voldoende energie hebben opgeslagen om voedsel te gaan zoeken en om aan de voortplanting te denken. Voordat de mannen achter de vrouwtjes aangaan, krijgen ze eerst een nieuwe jas: ze vervellen.
In de voorzomer gaan de Adders naar hun voedselgebied. Dat zomerverblijf bestaat bij voorkeur uit vochtige hei of vennetjes. Deze plek kan bij de mannetjes wel anderhalve kilometer van het win-terverblijf verwijderd zijn. De vrouwtjes blijven veel dichter bij huis dan de mannetjes.
Voortplanting
De mannetjes worden in maart wakker. De vrouwtjes verschijnen enkele weken later. Adders moeten een paar weken lang zonnen zodat het zaad en de eieren zich kunnen ontwikkelen. Hoewel een mannetje twee penissen heeft, gaat het er tijdens de paring rustig aan toe. Na de paring, die wel een paar uur kan duren, vertrekt het mannetje naar zijn zomergebied. Het vrouwtje blijft in de omgeving van het winterverblijf. Ze besteedt veel tijd aan zonnen. Dat is van levens-belang voor de ontwikkeling van haar eieren. De Adder houdt de eieren in haar lichaam. Zo kan het vrouwtje ze steeds meenemen naar de meest warme plekjes.
In september kruipen de jongen uit de eieren, terwijl ze nog in het lichaam zitten. Men noemt dit eierlevendbarend. Na de geboorte kunnen de jongen direct voor zichzelf zorgen. Ze zijn dan ook al giftig. Omdat het in ons land veel kouder is dan bijvoorbeeld in Spanje, kost het de Adder hier meer energie om zich voort te planten. Daarom krijgt de Adder in ons koude landje maar eens in de twee jaar jongen. Gemiddeld zijn dat er zeven.
Voedsel
Een voordeel van een 'koudbloedig' dier is dat het met weinig voedsel toe kan. Een Adder heeft gemiddeld aan een muis per maand genoeg. Behalve muizen eten ze kikkers en hagedissen. De Adder gaat meestal niet op jacht, maar wacht tot een prooi in zijn buurt komt. Dan bijt hij snel toe en spuit met zijn vlijmscherpe tanden vergif in zijn prooi. Vervolgens laat hij zijn slachtoffer ontsnappen. Via een geurspoor volgt hij zijn prooi. Deze is meestal binnen enkele minuten dood en dus hoeft de Adder niet ver te zoeken. Zelfs de dikste muis of kikker wordt in zijn geheel naar binnengewerkt. De Adder kan namelijk een grote bek opzetten.
Geert de Vries, uit kwartaalblad nr.21, maart 1999
