Het Drentse Landschap
Bevers

Moerasdier

Bevers zijn echte moerasbewoners. Ze verplaatsen zich het liefst zwemmend door het landschap. De ogen, neus en oren liggen in één lijn boven op de kop. Zo kan de bever bijna geheel onder water verdwijnen en toch de omgeving in de gaten houden. Als de bever volledig onder duikt worden de neus en oren afgesloten. Bevers kunnen 20 minuten onder water blijven.

Uiterlijk

De vacht van een bever is dicht behaard om het bij een langdurig verblijf in het koude water voldoende warm te hebben. De opvallende platte staart dient als roer bij het zwemmen. De staart wordt ook gebruikt als zitkussen. Bij onraad geeft een bever met zijn staart een enorme klap op het water. Dit is bedoeld om vijanden af te schrikken en de familieleden te waarschuwen voor gevaar.

De achterpoten zijn groot en krachtig. Hiermee kunnen ze goed zwemmen. De voorpoten zijn kleiner worden gebruikt als handen om takjes mee vast te pakken of om modder en stenen mee te verplaatsen waar ze een burcht of dam waterdicht mee maken.

Erg opvallend zijn de grote snijtanden. Deze tanden zijn voorzien van een harde oranje laag, sterk genoeg om bomen mee om te kunnen knagen. Bijzonder is dat de grote tanden gebruikt kunnen worden terwijl de rest van de bek gesloten is. Dit voorkomt dat de dieren bij het knagen van hout splinters in hun mondholte krijgen. Ook kunnen de dieren hierdoor onder water takken doorknagen zonder water binnen te krijgen.

Een volwassen bever kan makkelijk een meter lang worden. Daar hangt dan vervolgens nog een staart van 35 cm aan. Ze wegen dan ongeveer 30 kilo. Eenmaal volwassen kunnen bevers in de vrije natuur 17 jaar oud worden.

Burchtbewoner

Een beverfamilie heeft haar eigen leefgebied. De omgeving wordt gemarkeerd met geurmerken. Binnen het gebied leggen de dieren vaak meerdere burchten of holen aan. Bevers wonen bij voorkeur in een grote beverburcht. Zo'n burcht ligt middenin of langs het water en bestaat uit een grote hoop takken, dichtgestopt met modder. De ingang van de burcht of hol ligt onder water om vijanden buiten de deur te houden. De kamers in de burcht liggen boven de waterspiegel en zijn voorzien van een laag houtsnippers. Een burcht wordt vaak bewoond door een gezin, bestaande uit vader, moeder en de kinderen tot twee jaar oud. In gebieden erg lage waterstanden kunnen bevers dammen gaan bouwen. Dit doen ze om er zeker van te zijn dat de ingang van hun burcht altijd onder water blijft liggen.

Jongen

De dieren paren in de winter. Na ruim honderd dagen worden in mei of juni de jongen geboren. Een beverpaartje krijgt twee tot vier jongen per jaar. Bij de geboorte wegen ze ruim een halve kilo. Pasgeboren bevertjes hebben al een dichte pels en open ogen.

In de loop van de lente komen ze naar buiten. Moeder bever verplaatst de jongen soms in haar voorpoten en waakt er voor dat ze niet direct te ver weg zwemmen. De jongen drinken zes tot acht weken moedermelk. De jongen groeien hard en beginnen na vier weken te eten van moerasplanten. Bevertjes kunnen direct zwemmen maar het duiken moet ze aangeleerd worden door de moeder.

Een beverpaartje leeft vaak hun hele leven bij elkaar. De oudste jongen helpen bij de verzorging van de jongere. Jongen ouder dan twee jaar zoeken een eigen leefgebied.

Houtknager

Bevers zijn de grootste knaagdieren van Europa. Een volwassen bever kan makkelijk een meter lang worden. Daar hangt dan vervolgens nog een staart van 35 cm aan. Ze wegen dan ongeveer 30 kilo.  Bevers eten bij voorkeur moeras- en waterplanten. Ze lusten wel 300 soorten planten. Wortelstokken van de Gele plomp zijn vaak favoriet. Het menu  wordt aangevuld met boomtakken. Van de takken eten ze vooral de bast. Om de indrukwekkende snijtanden scherp te houden en bouwmateriaal voor de burcht te krijgen worden ook dikkere bomen langs de waterkant geveld.

Bevers verzamelen hun voedsel in het water of zo dicht mogelijk bij de waterkant. Bij voorkeur wordt het voedsel in het water opgegeten. Een volwassen bever eet ongeveer een kilo moerasplanten per dag.

Overwinteren

Voor de winter leggen ze vaak een voorraadje takken in de buurt van de burchtingang om als noodrantsoen te dienen. Zelf onder het ijs door is deze noodvoorraad dan nog te benutten. Ook teert de bever in de loop van de winter in op zijn vetvoorraad in zijn staart.

Bijna uitgestorven

Tot enkele jaren geleden waren er in het geheel geen bevers meer in Nederland. Vooral door de jacht waren de bevers verdwenen uit Nederland en grote delen van Europa. De goede pels was erg kostbaar. Uit de geurklieren bij de staart haalde men het bevergeil. Deze stof werd gebruikt als geurstof voor parfums en het maken van medicijnen. In 1825 werd de laatste Nederlandse bever bij Zalk aan de IJssel gedood. Bijna twee eeuwen daar na leefden er geen bevers meer in Nederland. Tegenwoordig zijn op veel plekken in Nederland weer bevers uitgezet. Het Groninger en Het Drentse Landschap zijn sinds 2008 bezig bevers uit te zetten bij het Zuidlaardermeer en langs de Hunze.

Kinderen gaan op beverjacht in de Hunze

Gerben en Anna gaan zelf op zoek naar bevers in de Hunze. Ze vinden allerlei sporen van bevers.
Hier het YouTube-filmpje

Meer informatie

Voor meer informatie over de bevers klik hier: www.beversindehunze.nl