Heide en zandverstuivingen
Veel mensen denken bij Drenthe aan heide, toch is heide niet zo natuurlijk als je misschien denkt. Vroeger was Drenthe voor een groot deel bedekt met bos en veen. De heide is ontstaan doordat vroeger het bos is gekapt. Vervolgens lieten de boeren op de open stukken schapen of ander vee grazen.
Men kreeg steeds meer behoefte aan wol en mest. De schaapkuddes werden daarom steeds groter. Een kudde rond 1900 bestond uit wel 1000 schapen! Deze schapen aten grote stukken open land kaal. Op de droge voedselarme zandgronden ontstonden zo grote heidevelden.
De schapen aten zoveel boompjes en grassen op en de schapen trapten met hun hoeven zoveel zand los dat er op sommige plaatsen zandvlakten en zandverstuivingen ontstonden. Als je teveel schapen laat grazen in een te klein gebied, dan heet dat overbegrazing. De meeste zandverstuivingen zijn door overbegrazing ontstaan.
Meer weten? Zie ook bij grazers.
Drenthe: een heide-provincie
Zoals gezegd zijn heidevelden ontstaan onder invloed van mensen en vee. Maar heide kan ook niet zo goed tegen warmte. Het komt dus goed uit dat Drenthe de koudste provincie van Nederland is. In Drenthe regent het veel en neemt de keileemlaag het water slecht op. Dit is gunstig voor de groei van heide.
Heideplanten
Soorten heide die veel in Drenthe voorkomen zijn Struikheide, Kraaiheide en Dopheide. Verder zul je in een heideveld vaak de Grove den tegenkomen.
Meer weten? Zie ook bij Dophei en Grove den.
Dieren van de heide
Hoewel op heidevelden te weinig voedsel is voor veel dieren is er toch ook een aantal die prima overleven op de heide. Zo zitten er veel Konijnen, laat de Roodborsttapuit zich vaak horen en kun je er de Levendbarende hagedis en de adder vinden. Vlinders brengen ook graag een bezoek aan heidevelden en een van de meest bijzondere soorten die er voorkomt is het Gentiaanblauwtje.
Meer weten? Zie ook bij Adder, Heideblauwtje, Heikikker, Heivlinder en Konijn.
Zandverstuivingen
Sommige heidevelden zijn veranderd in zandverstuivingen. Dit kwam door de overbegrazing. Vroeger zorgden de wortels van heideplanten ervoor dat de zandgrond bleef liggen, maar toen schapen met wel duizend tegelijk de heide op gingen trapten ze de grond los. De wind kreeg vrij spel en zo ontstonden de zandverstuivingen. Deze leken wel wat op de duinen die je langs de kust tegenkomt.
Op de zandverstuivingen groeit weinig, alleen de sterkste grassoorten zoals Borstelgras en Buntgras kunnen leven van de voedselarme grond. Verder groeien er zogenaamde korstmossen zoals Rendiermos. Ook voor dieren zijn de omstandigheden moeilijk. Er leven vooral insecten zoals de Mestkever, de Sluipwesp en de Heivlinder.
De koudste provincie

In Drenthe is de gemiddelde jaartemperatuur 8,5 graden Celsius. Daarmee is het de koudste provincie van Nederland.
Keileem

Keileem bestaat uit een mengsel van stenen en leem(klei) dat door de gletsjers in de ijstijd is meegevoerd. Keileem laat erg slecht water door. Hierdoor is de grond vaak drassig.
Struikheide

Struikheide bloeit van juli tot september. De plant kan 30-80 cm hoog worden. De plant werd gebruikt om manden en bezems van te maken en om matrassen op te vullen. De bloemen zijn een goede honing- en stuifmeelbron voor bijen.
Kraaiheide

Kraaiheide groeit op droge hei en veengrond. Hij bloeit in het vroege voorjaar. De zwarte bessen zijn eetbaar, maar voor mensen niet echt lekker. Vogels, zoals wulpen en kraaien zijn er dol op. Grazers laten Kraaiheide staan.
Dopheide

Dopheide groeit op natte plaatsen, zoals moerassen en natte gedeelten van heidevelden. De klokvormige bloemen zijn in verhouding groot en paarsrood. De plant kan een hoogte van 20-60 cm bereiken. Dopheide bloeit van juli tot september.
Grove den

De Grove den herken je aan de roodbruine kleur van het bovengedeelte van de stam. In Nederland vindt men de Grove den vaak in stuifzandgebieden. De den heeft naalden. Onder de boom zie je overal naalden liggen. De naalden zitten steeds met z'n tweeën aan elkaar vast.
Konijnen

Konijnen leven in holen. Daarom leven ze graag in gebieden met zandige bodems, want dan kunnen ze makkelijk graven. Per jaar kan een wijfje (moer) wel twintig nakomelingen voortbrengen. De meeste konijnen leven niet langer dan een jaar.
Roodborsttapuit

Het nest van de Roodborsttapuit wordt goed verborgen op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in hun gebied wordt het grootste deel van het uit insecten en andere kleine dieren bestaande voedsel opgespoord.
Levendbarende hagedis

De Levendbarende hagedis wordt 15 tot 20 cm lang. Het ei van de hagedis komt direct nadat het gelegd is uit. De rug is bijna helemaal bruin. Bij vrouwtjes is de buik vaak geel. Mannetjes hebben meestal een oranje tot rode buik met zwarte vlekjes.
Heivlinder

De Heivlinder vind je op droge hei. de wijfjes leggen eitjes op dorre bladeren. De rupsen eten vooral 's nachts en verbergen zich overdag in de graspollen.
Gentiaanblauwtje

De rups van het Gentiaanblauwtje wordt meegenomen door mieren naar hun nest. Daar drinken de mieren melk van de rups en de rups eet mierenlarven. Als de rups een vlinder is geworden moet hij maken dat hij weg komt, anders wordt hij door de mieren opgegeten!
Zandverstuivingen

Zandverstuivingen zijn ontstaan toen er enorme kuddes van wel meer dan 1000 schapen op de hei graasden. Ze aten alles kaal en vertrapten de planten. Het zand raakte los en de wind blies het alle kanten op.
Borstelgras
Borstelgras groeit in dichte pollen en wordt 10 tot 40 cm hoog. De borstelvormige bladeren zijn grijsgroen. De plant bloeit van mei tot juni met 3 tot 8 cm lange aren.
Buntgras

Buntgras is een pioniersgewas van stuivende zandgronden. De plant heeft een voorkeur voor open vlakten en is goed bestand tegen extreme omstandigheden zoals grote hitte, droogte en voedselarmoede.
Korstmos
Een korstmos is eigenlijk geen mos. Het bestaat uit een schimmel en een alg. Ze groeien helemaal in elkaar en kunnen ook niet zonder elkaar leven.
Rendiermos
Rendiermos is een korstmos. In sommige gebieden, zoals in Lapland, wordt Rendiermos door rendieren gegeten. Vandaar de naam Rendiermos.
Mestkever

Een Mestkever leeft van mest. Hij graaft een balletje mest wel een meter diep in de grond. Daar legt hij een eitje. Een pasgeboren Mestkever kruipt vanzelf weer omhoog.
Sluipwespen

Sluipwespen zijn kleine insecten, die hun eitjes leggen in andere insecten, zoals de jonge rupsen van het koolwitje(vlinder). Als de larven uitgegroeid zijn, dan sterft de rups. Rupsen verdedigen zichzelf wel. Ze bijten de Sluipwesp en verlammen hem zo.
