Het Drentse Landschap
Bos

Oerbossen

Vroeger was bijna heel Drenthe één groot bos. Omdat het toen veel kouder was leek het bos veel op de bossen in Scandinavië. Langzaam werd het warmer en zo'n 7000 jaar geleden kwamen de eerste loofbomen in Nederland: berken, eiken en elzen. Al deze bomen noem je ook wel inheemse soorten. Langzaam hakten de mensen steeds meer bos weg om grond en hout te krijgen.

Oud bos

Rond het jaar 1500 was er bijna niets meer over van de oude oerbossen. Pas vanaf 1600 bedachten ze dat er ook nieuwe bomen geplant moesten worden. Anders zou het bos, en dus ook het hout, verdwijnen. De bomen in het Norgerholt zijn waarschijnlijk in die tijd geplant. Vanaf 1900 werd er door Staatsbosbeheer heel veel bos aangelegd om de zandverstuivingen tegen te gaan.

Productiebossen

Productiebossen zijn aangelegd voor het verkopen van hout. Ze hebben niet zoveel verschillende soorten planten en bomen. Alle bomen staan in rechte rijen naast elkaar. Een natuurlijk bos heeft wél veel verschillende planten en bomen. Hierdoor komen er ook veel meer verschillende dieren op af. Daarom probeert Het Drentse Landschap samen met het Staatsbosbeheer de bossen weer natuurlijk te maken. Alleen de inheemse bomen blijven staan. Het zijn mooie 'huizen' voor de grote bonte specht en de eekhoorn. In het bos leven ook muizen. Op de grond de bosmuis en in de lucht: De vleermuis!