Het Drentse Landschap
Saalien 300.000 - 130.000 v.Chr.

 

Deze periode wordt de laatste grote ijstijd genoemd. Drenthe ligt onder een pakket landijs van honderden meters dik. De Hondsrug en de Havelterberg zijn stuwwallen uit het Saalien. De gletsjers voerden uit Scandinavië grote hoeveelheden klei, zand, leem en stenen mee. Tijdens het dooiproces vindt in fasen afzetting plaats van een dikke laag keileem met veel keien, waaronder de door de hunebedbouwers gebruikte stenen. Brede en diepe oerstroomdalen van Hunze en Vecht worden gevormd. Het oerdal van de Hunze is bij Emmerschans ca. 6 kilometer breed en ruim 20 meter diep; bij het Zuidlaardermeer is het oerdal 10 kilometer breed en ruim 45 meter diep. De oudste bewoningssporen in Nederland dateren uit deze periode. In de groeve Belvédère bij Maastricht zijn bij archeologische opgravingen vele vuurstenen werktuigen en afvalmateriaal van de pre-neanderthalers gevonden, daterend uit 225.000 - 250.000 jaar geleden. In Drenthe zijn geen vondsten uit deze periode bekend.

IJstijden

Van de ijstijden is in het Drentse landschap veel te zien. Toen de gletsjers ongeveer 200.000 jaar geleden vanuit Scandinavië ons land binnendrongen, was het zó koud dat de bodem tot op grote diepte stijf bevroren was. Via Noord-Duitsland en Noord-Nederland schoven enorme gletsjers het Drentse land binnen. Een reusachtige ijstong schoof langzaam naar het zuiden op. Door het enorme gewicht van de ruim 200 meter dikke ijskap werden delen van de bevroren ondergrond zijdelings en naar voren weggedrukt en als grote platen dakpansgewijs op elkaar gestapeld. Aan de zijkanten van de gletsjer ontstonden zo de stuwwallen, zoals die van de Hondsrug en bij Havelte.