Het Drentse Landschap
Jonge steentijd 5.300 - 2.100 v.Chr.

 




Eerste landbouwers

Vanaf 4.900 v.Chr. vestigen zich ook boeren in Drenthe. Zij behoren tot de zgn. swifterband-cultuur, genoemd naar de eerste vindplaats in de Noordoostpolder. De definitieve vestiging van culturen met eigen nederzettingen vindt in Drenthe plaats tussen 3.400 - 2.850 v.Chr. met de komst van de hunebedbouwers. Zij worden ook wel genoemd het trechterbekervolk, genoemd naar het fraaie trechtervormige aardewerk. Aansluitend vestigen zich in Drenthe opeenvolgende bekerculturen als enkelgrafcultuur (2.900 - 2.400 v.Chr.) en het klokbekervolk (2.500 - 2.100 v.Chr.).
Vanaf de komst van de eerste boerennederzettingen is sprake van min of meer permanente invloed van de mens op het landschap. De stenen werktuigen en huishoudelijk aardewerk worden beter en de (geslepen) bijl doet zijn intrede. Bos wordt gekapt of afgebrand. Men doet aan houtbewerking en kan huizen bouwen. Op het afgebrande bos worden gewassen als naakte Gerst en Emmertarwe verbouwd. Men hield vee zoals runderen en varkens. Wanneer akkers rond een nederzetting zijn uitgeput veranderde men van woonplaats. Op verlaten akkers kon het oerbos zich niet goed herstellen. Op beperkte schaal ontstaan heide en zandverstuivingen.