Na de middeleeuwen groeit de beïnvloeding van het landschap door de mens in eerste instantie nog geleidelijk. Planten en dieren zagen kans zich aan te passen aan het cultuurlandschap. Op de hoge zandgronden ontstond het Esdorpenlandschap. Het tempo van de veranderingen werd eeuwenlang geremd door de beperkingen van de technische middelen. Wel veranderden grote delen van Drenthe met de sterke opkomst van de schapenhouderij in de 18e eeuw in uitgestrekte heidevelden. Ook ontstaan door overbegrazing en het steken van plaggen grote zandverstuivingen. Aan het eind van de 19e eeuw nam de druk van de mens op de natuur een radicale wending, ingeluid door de uitvinding van de kunstmest. De kunstmest maakte het gebruik van schapenmest en heideplaggen overbodig. De grote schaapskudden verdwenen. Heidevelden verloren hun functie als graasgrond. De kunstmest maakte het zelfs mogelijk om heidevelden om te zetten in akkergrond. Inmiddels was men al druk bezig met het ontginnen van het veen. Grote delen van Drenthe werd op de schop genomen. Het veenlandschap werd door de aanleg van kanalen en wijken en de omzetting tot akkerbouwland volledig veranderd.
Stichting Het Drentse Landschap werd opgericht in een tijd dat de harmonische ontwikkeling van landschap en menselijk gebruik volledig zoek was. Het was de tijd van de grote ontginningen en ruilverkavelingen, gevoed door een bijna blindelings vertrouwen in het technisch kunnen van de mens.
In het streven naar het perfecte landbouwlandschap verwenen heidevelden, bosjes, houtwallen, poelen en de kronkels uit de beek. Dat dit ondertussen veel te ver is doorgeschoten is iedereen het wel over eens. Elk tijdperk krijgt zijn vervolg.
Esdorp en esdorpenlandschap
Een esdorp is een dorp op het Drents plateau met bijbehorende es of essen. Kenmerkend voor de boerennederzetting is de gebondenheid ervan aan het landbouwsysteem en de omgevende landschapselementen. De esdorpen werden gekenmerkt door een geconcentreerde bebouwing waarbij de gebouwen, al dan niet in groepen, op niet al te grote afstand van elkaar lagen. In of aan de randen van het dorp kwamen meestal één of meerdere grote open ruimtes voor, de brinken. Hier werd o.a. door de herder de schapen van de verschillende boeren verzameld alvorens met de kudde de heide op te gaan.
Een es is een aaneengesloten complex bouwland. Op de essen werd onder meer rogge verbouwd. De essen werden vruchtbaar gehouden door de mest van schapen en runderen. Deze mest werd, vermengd met heideplagsel, over de akkers gestrooid.
Bij het esdorpenlandschap hoort ook de heide (voedsel voor de schapen en heideplagsel voor de mest) en het groenland (voedsel voor jongvee en hooi voor in de winter). Andere landschapselementen, namelijk bos en strubben, waren van belang voor het boerenbedrijf vanwege het leveren van bouw- en geriefhout. De beek zelf garandeerde drink- en waswater. Al deze elementen tezamen vormden het dorpstoebehoren en lagen in het territorium van de nederzetting, het markegebied. Orvelte is een voorbeeld van een esdorp.
Grollerholt
Tot omstreeks 1600 vergaderden de eerste bestuurders van Drenthe, bestaande uit Ridderschap en Eigenerfden, in de openlucht. Volgens de overlevering gebeurde dit op een open plek in het holt bij Grolloo. Een restant van dit Grollerholt kwam in 1877 in handen van de provincie. Ter nagedachtenis aan de bestuurlijke wortels van Drenthe werd er een grote kei geplaatst op een opengekapte plek in dit bos. In 2001 werd het beheer van dit cultuurhistorische monument en het omringende bos samen met het beheer van de provinciale hunebedden overgedragen aan Het Drentse Landschap. Het bos ligt ten zuidoosten van Grolloo langs de weg naar Schoonoord.

Grollerholt

De es van Gees, Joop van de Merbel
