In deze periode wordt de metaalbewerking verder uitgebouwd. De (smeed)ijzerproductie neemt een aanvang. In de laatste fase van de ijzertijd ontstaan de eerste halfpermanente nederzettingen. Belangrijke zichtbare overblijfselen zijn urnenvelden, grafheuvels en celtic fields. De terpen (Fryslân) en wierden (Groningen) dateren ook vaak uit de ijzertijd. Vondsten uit deze periode zijn aardewerk, ijzerslakken en ijzeren voorwerpen. Bij opgravingen komen dikwijls ploegsporen en grondsporen van boerderijen te voorschijn.
Celtic fields of raatakkers

Celtic field,Paul Paris
De oudste publicatie over celtic fields dateert uit 1660, wanneer ds. Picardt het heeft over 'heidensche legerplaatsen'. Begin 18e eeuw hebben 'wetenschappers het nog steeds over 'Romeinse legerplaatsen'. Pas vanaf ca. 1930 groeit op grond van onderzoek door Van Giffen het besef dat 'legerplaatsen' akkercomplexen uit de ijzertijd zijn. Met de kelten (celtic) hebben de akkertjes niets te maken.
Celtic fields zijn met wallen omgeven akkertjes van ca. 40 x 40 m uit de periode van ca. 700 v.Chr. - begin jaartelling. De akkertjes werden aangelegd op plaatsen waar het bos werd gekapt en verbrand. Stronken, stenen en afval werden op de walletjes geworpen. Op de akkertjes werden Emmertarwe, Gerst en Gierst verbouwd. Uitgeputte akkers werden 'bemest' door braaklegging, in combinatie met begrazing. Bemesting vond ook plaats door aanvoer van zoden van elders. Op luchtfoto's zijn de wallen van celtic fields vaak te zien als lichte banen. De eigenlijke akkertjes vormen donkere vlekken.
Onderzoek op onder meer het Hijkerveld heeft aangetoond dat akkerland, begraafplaatsen en nederzettingen in de ijzertijd qua locatie nauw met elkaar waren verweven. In Drenthe zijn veel celtic fields bekend. De meeste hebben een omvang van minimaal 50 ha.
Celtic fields vindt men op de volgende terreinen van Het Drentse Landschap. Hijkerveld en Kampsheide.
Andere beroemde celtic fields in Drenthe zijn die op het Balloërveld bij Rolde en het Noordsche Veld bij Zeijen.
Hunnenkerkhof Oosterhesselen
Bij Oosterhesselen liggen de gerestaureerde overblijfselen van een grafveld met brandheuvels uit de vroege ijzertijd. Al sinds mensenheugenis staat het terrein bekend onder de naam Hunnenkerkhof. Dit ondanks het feit dat het net als de hunebedden niets te maken heeft met het legendarische ruitervolk uit het oosten. Het grafveld is ontstaan in een tijd dat het gebruikelijk was om de resten van brandstapels inclusief de crematieresten af te dekken met grond. Er zijn aanwijzingen gevonden dat het veld een voortzetting is van een ouder urnenveld. In de loop van de tijd ontstond er een veld met heuvels omgeven door een rechthoekig patroon van greppels. Oorspronkelijk hebben er waarschijnlijk ongeveer 500 graven gelegen. Aan het begin van de negentiende eeuw waren er nog zo'n 50 over. Grote delen van het veld zijn in de loop van de tijd verloren gegaan door ontginningen. In 1871 schonk de eigenaar, jonkheer Van Wijck, het terrein aan de provincie Drenthe. Helaas leidde dat in eerste instantie niet tot behoud van het veld. Het werd zelfs lange tijd gebruikt als vuilstortplaats. In 1960 is er een archeologisch onderzoek verricht. Met de informatie die hieruit naar voren kwam, werden in 1975 enkele heuvels gereconstrueerd. Het gerestaureerde restant van het grafveld is sinds januari 2001 in beheer bij Het Drentse Landschap. Het is de enige plek in Nederland waar dergelijke rechthoekige prehistorische grafmonumenten te vinden zijn. Het terrein ligt langs de Grevenbergweg (genoemd naar een, eveneens aan deze weg gelegen, grote grafheuvel uit de nieuwe steentijd) tussen Oosterhesselen en Wachtum.

Hunnenkerkhof
