Het Drentse Landschap
Holoceen 11.000 v.Chr. - heden

Vanaf nu zet de klimaatsverbetering definitief door. De voortdurende stijging van de zeespiegel leidt op land tot stijging van het waterpeil van de rivieren en het grondwater. De toendra-achtige vegetatie wordt geleidelijk vervangen door vegetatie uit meer gematigde klimaatzones. Vanuit het zuiden rukken bomen als berk, grove den en jeneverbes op. Later volgen hazelaar, linde, eik en iep. Bij toenemende temperatuur en vochtigheid zet dit proces zich gestaag door. De ontwikkeling van het Drentse biotoop is een permanent en dynamisch proces, waarbij condities als vochtigheid, zaadverspreiding, bodemrijpingsprocessen, onderlinge soortenconcurrentie en vermogen tot aanpassing de doorslag geven. De mens vestigt zich definitief is in het Drentse landschap. De eerste duizenden jaren als zwervende jager-visser-verzamelaars. Rond 5.500 v.Chr. vindt een belangrijke toename plaats van de temperatuur en de vochtigheid. Die is dan hoger dan aan het begin van de 21e eeuw. Er is sprake van vorming van "oerwoud".