Het Drentse Landschap
Elsterien < 315.000 v.Chr.

De eerste basis voor het huidige Drenthe wordt gelegd in deze ijstijd. De zuidelijke begrenzing van het landijs is niet exact bekend, maar ligt waarschijnlijk in Noord-Groningen en omgeving Terschelling. In Drenthe is sprake van smeltwaterafzettingen, bestaande uit onder andere potklei en zeer fijne 'glimmerhoudende' zanden. Dit zand uit de zgn. formatie van Peelo kent vrijwel iedereen. Het is het bekende zandbakzand, dat als het droog is, glinstert door de vele kleine schubjes mica die tussen de zandkorrels zitten. Het Peelozand is bijvoorbeeld op het Ballooërveld bij Rolde aan de oppervlakte te vinden. De vette potklei uit de formatie van Peelo komt alleen voor ten noorden van de lijn Bovensmilde - Anreep - Rolde - Eext. De klei is destijds afgezet door smeltwater van gletsjers in stroomgeulen en bekkens. De potklei was erg geschikt voor het bakken van aardewerk. De monniken van het klooster van Aduard hebben dat in de middeleeuwen uitgebuit door in Noord-Drenthe, zoals bij De Kleibosch te Roderwolde, potklei te delven en er in veldovens kloostermoppen van te bakken. Fijne smeltwaterafzettingen komen voor in heel Drenthe, m.u.v. het gebied zuidwestelijk van de lijn Hoogeveen - Ruinen - Diever. De elsterafzettingen vormen de basis voor de huidige geologische opbouw van Drenthe.