Kleinste huisje van Drenthe
Op de rand van het beekdal van het Oude diep aan de Secteweg bij Stuifzand staat het kleinste huisje van Drenthe. Van oorsprong is het een vervenershuisje, dat gebouwd is omstreeks 1900. In zijn eerste uitvoering was het een plaggenhut. Het is een symbool voor de armoedecultuur en als zodanig typerend voor het Drenthe van vroeger. De bouw van dit kotje werd destijds mogelijk gemaakt met steun van de gemeente, die hout beschikbaar stelde. Het voorhuis is uiteindelijk opgetrokken uit baksteen, terwijl het achterhuis volledig uit hout bestaat. De eerste eigenaar verdiende de kost als dagloner in de vervening. Later was hij arbeider bij boeren in de omgeving. Het gezinsinkomen werd aangevuld met het houden van kippen, een geit, een varken en een pink. Er zijn vijf kinderen grootgebracht in het huisje, levend op de rand van het bestaansminimum. Nadat de laatste bewoonster, 'Olde Grietien', op 99 jarige leeftijd overleed, is het huisje niet meer als woonhuis gebruikt. In 1998 dreigde dit 'monumentje van de armoede', in verband met nieuwbouwplannen van de eigenaar, gesloopt te worden. Het Drentse Landschap kreeg toestemming het huisje te verplaatsen naar een perceel 150 meter verderop. Om dit markante Drentse cultuurhistorisch monumentje te kunnen behouden, heeft het daar nu een functie als vakantiewoning voor plattelandstoeristen. De herbouw is voltooid in 2001.
Schepershuisje Westerbork
Rond Westerbork zijn de sporen uit het verleden van Drenthe nog altijd verankerd in het landschap. Voornaamheid en adel waren schaars op het Drentse platteland. Het schepershuisje van Westerbork staat in dat opzicht symbool voor de Drentse geschiedenis. Het huisje kenmerkt zich door zijn eenvoud. Het heeft er ruim een eeuw gestaan, maar dat viel eigenlijk niemand meer op. Tot de gemeente in 1997 met plannen kwam om het huisje te slopen. De ruimte kon goed gebruikt worden voor het verbreden van een weg naar een nieuw villawijkje. Dat dit schepershuisje heel wat meer was dan een ondermaats bultje stenen, bleek uit de publieke discussie na de bekendmaking van de sloopplannen. Jeltje Koerts, een inwoonster van Westerbork, was de eerste die haar ongenoegen over het achteloos wegpoetsen van dit unieke stukje Drentse cultuurhistorie publiekelijk uitte. Ook Het Drentse Landschap voelde zich geroepen om zich hier voor in te gaan zetten. Uiteindelijk is het gelukt het schepershuisje te behouden door het over zo'n 100 meter te verplaatsen en te herbouwen op een perceeltje grond naast de voormalige schaapskooi. De schaapskooi is in gebruik als rayonkantoor en werkplaats van Het Drentse landschap. Het Schepershuisje is te huur als vakantiewoning. Een invulling die het behoud van het huisje garandeert en een unieke kans biedt om de Drents cultuurhistorie te ondergaan. Inclusief het slapen in de bedstee van de scheper.
Het Schepershuisje is omstreeks 1880 als plaggenhut ontstaan aan de rand van het dorp. Rond 1919 werd het van een stenen muur voorzien. Scheper Noordhuis bewoonde het huisje samen met zijn broer. De schaapskudde van deze herder bestond uit Schoonebeker heideschapen. Een uniek Drents landbouwhuisdier dat tegenwoordig te boek staat als zeldzaam huisdierras. Door ontginningen waren de overgebleven graasgronden op de heide steeds verder van het dorp af komen te liggen. In 1981 werd de kudde, die vanaf deze plek nog regelmatig naar het verderop gelegen Scharreveld werd geleid, opgesplitst. De helft vertrok naar de schaapskooi van Orvelte. De andere helft van de Schoonebeker heideschapen vertrok naar het Hijkerveld waar een nieuwe schaapskooi gebouwd was. Ook in andere terreinen van Het Drentse Landschap lopen nazaten van de Westerborker kudde.
Schultehuis Diever
Schultehuis
Het Schultehuus staat aan de Brink 7 te Diever. Op de voorgevel staat 1604, Maar volgens deskundigen stond het gebouw er al vanaf het begin van 1500. Het Schultehuis is een van de oudste huizen van Drenthe, hetgeen te danken is aan zijn solide uitvoering in steen. De meeste andere huizen uit die tijd werden gebouwd met minder duurzame materialen zoals hout en leem.
Een schulte is te beschouwen als de voorloper van de burgermeester. In tegenstelling tot de huidige burgermeester vervulde de schulte ook een rol als notaris, deurwaarder en rechter. Bovendien was de Dieverder schulte ook nog boer.
Het pand is sinds 2002 eigendom van Het Drentse Landschap. Tegenwoordig is het Archeologisch Centrum-West Drenthe er gehuisvest. Hier kan de bezoeker zien dat Westerveld behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Noordwest-Europa. Er is informatie te vinden over sporen van Neanderthalerbewoning, de bewoning door rendierjagers zo'n 15.000 jaar geleden, sporen van de hunebedbewoning zo'n 6000 jaar geleden en de geschiedenis van het bisschoppelijk Hof Calthorne nabij Diever. Op de bovenverdieping kunt u een 3d-film bekijken over de ijzertijdbewoning waarbij een tocht gemaakt wordt langs hunebedden, grafheuvels en het landgoed van Hunebedprofessor Van Giffen. Meer informatie op: www.archeologie-westdrenthe.nl
Keuterij te Midlaren
Aan de Schutsweg te Midlaren ligt een schilderachtige plek met twee hunebedden en twee authentieke keuterijtjes uit het einde van de negentiende eeuw. Het keuterijtje met huisnummer 40 is sinds 2001 eigendom van Het Drentse Landschap. Hier liggen ook twee prachtige hunebedden D3 en D4 die nooit gerestaureerd zijn en zwaar begroeid met korstmossen. De grafmonumenten worden behalve door de twee oude boerderijtjes geflankeerd door noestige eiken. Beide huisjes stammen uit de tijd van de voorlaatste eeuwwisseling, destijds opgemetseld met kalk en koemest in plaats van cement. Uitgevoerd met Drentse bescheidenheid en voorzien van een gave sobere erfinrichting met fruitbomen en geschoren heggetjes. De plek straalt in zijn eenvoud een soort tijdloze harmonie uit die veel mensen ervaren als het behouden waard. Mede op aandringen van de Vereniging Dorpsbelangen Midlaren en de provinciaal archeoloog besloot de Het Drentse Landschap zich in te zetten voor behoud van deze unieke plek. De kans dat de keuterijtjes binnen afzienbare tijd zouden worden afgebroken om te worden vervangen door iets uit de toon springend moderns, was levensgroot aanwezig. Door overleg met de bewoners van de beide keuterijen is getracht de kwaliteit van de plek voor de toekomst veilig te stellen. Dit leidde ertoe dat één van de eigenaren besloot zijn keuterij over te dragen aan de stichting. De eigenaar die er al zijn hele leven woont, kan er blijven wonen zolang als hij wil. Een hoopvolle ontwikkeling is de erkenning van beide pandjes als rijksmonument in 2003.
